Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

DE STRAFWET

die bestanddeelen van een delict kunnen zijn, maar toegepast wordt alleen de Ned.-Indische strafwet.*)

De vraag naar de heerschappij der strafwet vindt haar beantwoording niet naar één beginsel, maar naar onderscheiden beginselen, die tegelijk en in vereeniging met elkaar toegepast worden. Als hoofdbeginsel stelt art. 2 Swb. op den voorgrond, dat de Ned.-Indische strafwet' van toepassing is op een ieder, die zich binnen Ned.-Indië aan een strafbaar feit schuldig maakt. De vraag naar de werking der strafwet is dus in de eerste plaats afhankelijk van de plaats van het misdrijf.2)3) Dit stelsel, het landsgebied- of territorialiteitsstelsel, steunt op de gedachte, dat een ieder, die zich, hetzij bij voortduring, hetzij tijdelijk, binnen het Ned.-Indisch grondgebied bevindt, aan de hier te lande geldende wetten gehoorzaamheid verschuldigd is. Dit onderwerp werd voor de inwerkingtreding van ons wetboek geregeld door de artt. 25, 32 e. v. A. B.4) In het eerste artikel Was als hoofdregel eveneens het territorialiteitsstelsel geformuleerd, zij het ook minder juist en beperkter, want het luidde: „De strafbepalingen tegen misdrijven en overtredingen, mitsgaders de verordeningen van

*) Dat door den rechter met het vreemde strafrecht rekening moet worden gehouden, doet zich bijv. voor in het geval van art. 5 al. 1, 21- en met vonnissen van den buitenlandschen strafrechter in het geval van art. 76 al. 2 Vgl. v. Hamel blz. 169.

2) Zie over de vraag, waar het strafbare feit moet geacht worden te hebben plaats gevonden, hieronder § 20 A.

s) Tot het grondgebied van Ned.-Indië wordt ook gerekend de kustzee over een breedte van drie Engelsche zeemijlen (3 X 1852 M.), gerekend vanaf de laagwaterlijn (d. i. de z. g. n. territoriale zeel) langs de kusten der eilanden van Ned.-Indië dan wel vanaf rotsen, banken of riffen, welker laagwaterhjn niet verder dan zes Engelsche zeemijlen van de kust verwijderd is.

De zelfstandige landschappen die aan zee grenzen, hebben geen recht op de zeestrook van 3 Engelsche zeemijlen; de zee is rechtstreeks aan het Nederlandsche gezag onderworpen, omdat we volkenrechtelijk aansprakelijk zijn voor hetgeen er in de territoriale zee gebeurt (Zie art. 1 Zelfbestuursregelen 1919, Stbl. 1919 No. 822).

Wat de luchtruimte boven het grondgebied van Ned.-Indië betreft, we mogen aannemen, dat ook dit tot dat gebied behoort, zij het ook, dat daaromtrent noch staats- noch volkenrechtelijk iets vast staat.

Uit het territorialiteitststelsel vloeit voort, dat strafbare feiten, gepleegd aan boord van vreemde schepen in de territoriale zee, onder het bereik der Ned.-Indische strafwet vallen.

4) Aangehaalde artt. zijn echter tengevolge van art. 3 al. le Inv. Ver. vervallen.

Sluiten