Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STRAFWET

71

ten en te bekrachtigen, mits daarbij de in genoemde U. W. gestelde voorwaarden worden in acht genomen.

Over uitlevering handelt verder art. 162 I. S. lid 2., doch hier wordt de mogelijkheid van uitlevering van naar Ned.-Indië gevluchte misdadigers niet bepaaldelijk afhankelijk gesteld van het bestaan van een tractaat;1) er wordt alleen gezegd, dat de regelen, bij uitlevering van vreemdelingen in acht te nemen, bij algemeenen maatregel van bestuur moeten worden vastgesteld. Dit is geschied bij de Uitleveringsverordening van 1883 Stbl. No. 188, gew. bij de Inv. Ver. We vinden daarin allereerst bepaald, dat alleen vreemdelingen, geen Nederlandsche onderdanen, mogen worden uitgeleverd.2) De uitlevering kan slechts geschieden op grond van een der in art. 2 U. V. genoemde, in het buitenland gepleegde misdrijven, alsmede op grond van poging tot en medeplichtigheid aan een dier misdrijven, voorzoover die volgens de Nederlandsche of de Ned.-Indische strafwet ook .strafbaar zijn.3) Over art. 20 Inv. Ver. zie hierboven blz. 45. Uitlevering wordt niet toegestaan wegens een misdrijf, waarvoor de vreemdeling in Nederland of zijn koloniën wordt vervolgd — zoolang deze vervolging duurt — of waarvoor luj door genoemden rechter reeds is veroordeeld, ontslagen van rechtsvervolging of vrijgesproken; evenmin

1) Uitleveringstractaten door Nederland gesloten en voor Indië„^anlvrtoeP^" sing zijn: dat met Spanje Stbl. 1895 No. 82, met België Stbl. 1895 No. 112, met Denemarken Stbl. 1895 No. 286, met Liberia Stbl. 1896 No. 173, Portugal Stbl. 1896 No. 203, Italië Stbl. 1897 No. 238 Duitechland Stbl. 1898 No 42 Stbl 1913 No. 668, de Fransche republiek Stbl. 1898 JNo. 191, Groot-Brittanië Stbl. 1899 No. 81, Stbl. 1915 No. 289, 1921 No. 670 en 1926 No. 24, Zwitserland Stbl. 1899 No. 94 en de Ver. Staten van Amerika Stbl. 1904 No. 443. . . „.

2) 't Is dus van groot belang te weten, wie vreemdelingen, wie Nederlandsche onderdanen zijn. 't Nederlandsche onderdaanschap omvat Nederlanders en andere Nederlandsche onderdanen. Wie Nederlanders zijn, leert ons de wet op het Nederlanderschap en ingezetenschap van 1892 Ned. htbl. No. 268, waarvan art. 12 sedert de wet van 1910 Ned. Stbl. No. 297 luidt:

Allen die volgens deze wet den staat van Nederlander met bezitten, öf niet uit anderen hoofde Nederlandsche onderdanen zijn, zijn vreemdeiineen" Wie uit anderen hoofde Nederlandsche onderdanen znn, kan men te weten komen in de aangehaalde wet op het Nederlandsche onderdaanschap 1910 Stbl. No. 296. „ _I , ...

s) In de U W en het U. V. mist men de bepaling, dat de voorschriften dier regelingen niet op politieke misdadigers toepasselijk zijn; intusschen vinden we de clausule der niet-toepasselijkheid steeds m de uitleveringstractaten opgenomen.

Sluiten