Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

HET STRAFBARE FEIT

actie tot schadevergoeding (art. 1365 B. W.), maar ze is krachtens onze wetsbepaling niet strafbaar.

D. BIJKOMENDE VOORWAARDEN VOOR DE STRAFBAARHEID

Deze omstandigheden behooren niet tot de feitelijke bestanddeelen van het strafbare feit; ze vertoonen het eigenaardige karakter, dat ze moeten aanwezig zijn, wil de reeds vroeger afgeloopen handeling strafbaar worden. Voorbeelden van zoodanige voorwaarden: in art. 182, het uitdagen tot tweegevecht, „indien het tweegevecht daarop volgt"; in art. 164 en 165 „indien het misdrijf is gevolgd"; in art. 396, „die in staat van faillissement wordt verklaard"; in art. 531 „indien de dood van den hulpbehoevende volgt." Zie hieronder § 19. i)

E. HET INWENDIGE (SUBJECTIEVE) ELEMENT VAN HET STRAFBARE FEIT

Als subjectief bestanddeel van het algemeen begrip „strafbaar feit" komt hier nu bij, dat de handeling laakbaar moet zijn d. i. aan de schuld van den dader moet zijn te wijten; deze eisch onderstelt een anderen n.L, dat we te doen hebben met iemand, die in een dusdanigen toestand verkeert, dat er van schuldig handelen sprake kan zijn m.a.w. voor de toerekenbaarheid der handeling is allereerst noodig een toereke-

!) Men verwarre deze bijkomende voorwaarden voor de strafbaarheid niet met de processueele voorwaarden voor de vervolgbaarheid der strafbare handeling bijv. het bestaan van een klacht, waar we te doen hebben met een klachtdelict, of het verkregen verlof van den G. G. c. q. van den hoogsten gewestelijken gezaghebber bij een tegen een Inlandschen Vorst, rijksbestuurder, regent of onderregent in te stellen strafvervolging (art. 1 Stbl. 1867 No. 10).

Van het aanwezig zijn van deze en dergelijke processueele voorwaarden voor de strafvervolging behoeft in de dagvaarding resp. de acte van verwnzing geen melding te worden gemaakt. Blijkt intusschen, dat die voorwaarde met vervuld is (de klacht bijv. ontbreekt) dan zal het 0. M. niet ontvankelijk moeten worden verklaard. Terloops zij hier opgemerkt, dat in de landraadsstrafprocedure een dergelijk vonnis van niet-ontvankelijkheid met kan voorkomen; in strafzaken kan de landraad geen andere vonnissen wijzen dan die van vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging en veroordeelingdoor een ander vonnis uit te spreken, zou de landraad in strijd komen met art. 393 I. R. (vgl. Mr. D. Rutgers „Het Inlandsen Reglement" blz. 408)

Sluiten