Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

HET STRAFBARE FEIT

baarstelling van de schendende of in gevaar brengende handeling heeft geleid.1)

B. GRENS TUSSCHEN MORAAL EN GODSDIENST EENERZIJDS EN RECHT ANDERZIJDS

Een klein deel onzer gedragingen is slechts onderworpen aan het Recht, het overgroot© deel wordt bepaald en beheerscht door de voorschriften van godsdienst, moraal en fatsoen.

Godsdienst en moraal werken in de maatschappij niet minder krachtig dan het Recht als ordenende machten van menschelijke gedragingen; de normen vloeien hier echter voort uit andere bron, haar doel is een ander en ze worden ook door andere middelen gehandhaafd. We kunnen hier niet nader öp deze kwestie ingaan, slechts vinde deze opmerking plaats omtrent de verhouding en grensbepaling tusschen recht en moraal: een bepaalde formule, waardoor het terrein van het (straf-)recht van dat van moraal, zeden en godsdienst wordt afgebakend is niet aan te geven; de geschiedenis van het recht leert ons, dat de grenzen daartusschen niet constant zijn, maar naar tijden en omstandigheden, behoeften en opvattingen wisselen.2)

x) Daaronder kunnen vallen belangen van den individu, die van den Staat of die van de gemeenschap, doch men zij indachtig, dat eenig feit alleen daarom onder straf gesteld wordt, omdat bij het in strijd handelen met 's wetgevers norm belangen betrokken zijn, die in èlk geval ook belangen van de gemeenschap zijn. Wel kan onderscheiden worden,' of bij eenig delict het gemeenschapsbelang rechtstreeks dan wel meer verwijderd betrokken is; in het laatste geval treedt het belang van den individu meer op den voorgrond. Met dit verschil hangt de groepeering der strafbare feiten in het Tweede Boek van het Swb. samen.

2) De normen van het strafrecht en de wijze waarop ze bescherming vinden zijn niet steeds dezelfde: bij wijziging van maatschappelijke toestanden, bij verandering van inzicht omtrent de grenzen van zedelijkheid en recht komt er ook wijziging in de waardeering van het belang en de beteekenis der onderscheiden rechtsgoederen (als vb. de wet op de oneerlijke concurrentie). Die verplaatsing van de grenzen van recht en moraal vindt men het sterkst op het gebied van de misdrijven tegen de zeden; zoo vormde bloedschande, d.i. de geslachtsgemeenschap tusschen nabestaanden, naar het Romeinsche recht en ook naar het Canonieke recht een ernstig misdrijf, doch ze werd in ons recht niet onder de misdrijven opgenomen. Ook met betrekking tot de strafbaarstelling van de tegennatuurlijke ontucht en de buitenechtelijke gemeenschap nemen oude en nieuwe strafwetgevingen een verschillend standpunt in.

Sluiten