Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

81

C. GRENS TUSSCHEN STRAFRECHTELIJK EN CIVIELRECHTELIJK ONRECHT

De volgende vraag dient hier onder de oog en gezien: wanneer moeten, aangenomen dat zekere menschelijke gedragingen rechtens behooren te worden verboden, de normen tegen overtreding beschermd worden door strafbedreiging, wanneer kunnen andere dwangmiddelen (b. v. privaatof administratiefrechtelijke of disciplinaire) tot dat doel voldoende geacht worden?

Door de meeste rechtsgeleerden wordt geleerd, dat een principieel onderscheid tusschen strafrechtelijk en civielrechtelijk onrecht niet bestaat.1) En terecht, in beginsel kan de rechtmatigheid niet in twijfel worden getrokken om, zoo noodig, élke aan schuld te wijten normovertreding strafbaar te stellen. Deze bevoegdheid is slechts afhankelijk van deze ééne voorwaarde, dat het rechtsbelang ter bescherming waarvan de norm dient Van voldoende beteekenis voor de gemeenschap zij, om de toepassing van een dergelijken uitersten maatregel te rechtvaardigen; want men vergete niet, dat de strafbedreiging door haar werking en Wezen een uiterst middel is, waarvan de aanwending achterwege dient te blijven, indien een andere sanctie mogelijk en voldoende is.2)

D. SCHENDING EN GEVAAR VOOR SCHENDING VAN RECHTSGOED

De strafbare feiten laten zich onderscheiden in twee groe-

!) Dit beginsel vindt men bij sommige Duitsche geleerden uitgedrukt in de woorden „Straffahig ist alles Unrecht". Anderen daarentegen maken een principieel, qualitatief, onderscheid tusschen crimineel en civiel onrecht en leeren, dat het als onrecht gewilde crimineel onrecht is en straf vordert, terwijl het niet als onrecht gewilde (civiel onrecht) slechts privaatrechtelijke gevolgen behoort te hebben (*oo b. v. H e g e 1). „

2) Geen principieel bezwaar kan er alzoo bestaan tegen het vaststellen eener strafbedreiging ter verzekering der nakoming van contractueele verbintenissen, zij het ook, dat om genoemde reden de wetgever op dit terrein slechts in hooge noodzaak en uiterst voorzichtig het wapen der straf moet hanteeren.

Dit beginsel bepaalt dus ook het standpunt o. a. in zake het al dan niet behouden der poenale sanctie in de koelie-ordonnantie ter handhaving van de verplichtingen uit het werkcontract voor den werknemer voortvloeiende.

Sluiten