Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

HET STRAFBARE FEIT

pen n.1. in die welke krenking en die welke ingevaarbrenging van rechtsgoederen opleveren.

De betrekking, waarin een strafbaar feit tot eenig rechtsgoed staat, kan n.1. van tweeërlei aard zijn: het rechtsgoed kan door de strafbare handeling geschonden, geheel of gedeeltelijk vernietigd worden, bijv. bij levensberooving, — hier gaat het rechtsgoed van het leven verloren — maar de strafbare handeling kan soms slechts een gevaar voor het rechtsgoed opleveren en daarin kan de grond voor de strafbaarstelling schuilen; dit is het geval bijv. met de z.g.n. gemeengevaarlijfce misdrijven (Boek II Titel 7).1) Ten aanzien nu dezer laatste groep kan een nader onderscheid worden gemaakt. Voor de strafbaarheid van het feit kan noodig zijn en door de wet gevorderd worden, dat uit de handeling een in concreto aanwijsbaar en bewijsbaar gevaar voor eenig rechtsgoed voortvloeide; deze eisch bestaat bijv. bij de bovenbedoelde gemeengevaarlijke misdrijven. Zoo is krachtens art. 187 de brandstichter strafbaar met gev. straf van ten hoogste 12 jaar, indien van zijn handelen gemeengevaar voor goederen te duchten is. Voor de strafbaarheid is hier noodig, dat omstandigheden worden aangevoerd en bewezen, waaruit blijkt, dat in casu gevaar voor het verlies van goederen te duchten was en dat vernietiging van rechtsgoed slechts is uitgebleven „tengevolge van bijzondere menschelijke inspanning, bijzondere oplettendheid of gunstige buiten menschelijk inzicht of macht liggende factoren." 2)

Daartegenover zijn er strafbare feiten, waarbij de strafbaarheid rust op de onderstelde mogelijkheid, dat het

*) Door sommigen wordt het bestaan van een objectief begrip „gevaar" ontkend, op grond dat, indien de facto geen schadelijk gevolg is ingetreden, e r ook geen oogenblik gevaar bestaan heeft, dat het zou intreden (o. a. en van zijn standpunt consequent von Buri). Terecht merkt echter Simons (I blz. 104) op dat zoolang den mensch niet alle op een gegeven oogenblik bestaande causaliteitsfactoren met hun werking bekend geworden zijn, er alle grond bestaat aan het begrip „gevaar" in zijn dagelijksche beteekenis ook voor het recht vast te houden. Gevaar bestaat alzoo wanneer, gelet op de op het oogenblik der handeling bestaande en erkenbare omstandigheden, met een voldoende mate van waarschijnlijkheid mag worden aangenomen, dat uit die handeling krenking van eenig rechtsgoed zal voorvloeien.

2) Vgl. van Hamel blz. 216.

Sluiten