Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

91

van den dood van het slachtoffer een oorzakelijk verband bestaat, hetgeen wil zeggen, dat het laatste het gevolg moet zijn geweest van het eerste en het eerste de oorzaak van het laatste. In sommige gevallen nu is de vaststelling van dat causaal verband gemakkelijk, maar in vele andere gevallen levert de beslissing dier- vraag meer moeilijkheden op.

In de tweede plaats is de kwestie van het oorzakelijk verband van gewicht in die gevallen, waarin naar ons recht strafverzwaring intreedt, indien de strafbare daad tot eenig verderreikend gevolg heeft geleid, verderreikend dan het gevolg, waarop des daders opzet feitelijk was gericht (z.g.n. objectief verzwarende omstandigheden).1)

De menschelijke handeling, zoowel die welke voor het strafrecht beteekenis heeft, als die welke daarvoor onverschillig is, komt, van physiologischen kant bezien, neer op een1 spierbeweging, die zich vertoont als een uiting van den wil. Voor het strafrecht kan echter alleen aan diè spierbeweging het karakter van „handeling" worden toegekend, die lo in verband staat met een bewust en wil,2) 2o waardoor een

1) Bijv. bij de misdrijven van artt. 351, 353, 354 en 355. Voorbeeld: 'n Tuinopziener maakt zich boos over het brutaal optreden van een koelie. Hij brengt dezen met zijn stok een gevoeligen slag toe om hem zrjn brutaliteit af te leeren. De slag heeft noodlottige gevolgen, de geslagene, die een tengevolge van malaria opgezwollen milt had, komt te overlijden. De dader, dienaangaande bestaat geen twijfel, had geen ander opzet dan den koelie te slaan, pijn te doen. Nu zegt art. 351 1° j° al. 3, dat de mishandeling, indien het feit den dood tengevolge heeft, zwaarder strafbaar is dan eenvoudige mishandeling. Het intreden van den dood van den getroffene werkt dus als een objectief verzwarende omstandigheid; van eenig opzet of schuld bij den handelende t. a. v. den dood behoeft niet te binken, alleen is voor de werking der strafverzwaring noodig, dat er causaal verband bestaat tusschen den ingetreden dood en den toegebrachten slag. Was dus bijv. de koelie, bingo eng door de mishandeling, op weg naar huis onder een auto geraakt en gedood, dan kwam die dood niét voor rekening van den dader.

2) Deze eisch houdt verband met de beschouwing der handeling van psychologische zijde. Niet onder „handeling" en „delict" vallen dus zuivere reflexbewegingen, bijv. bewegingen onder dwang van een natuurkracht verricht (een barbier is bezig iemand te scheren; een aardbeving heeft plaats, hg schrikt en door een onbewuste, niet gewilde beweging zijner hand, dringt het mes in de keel van den persoon, dien hij onder handen heeft), of wel bewegingen verricht onder physieken dwang van een ander, gevallen, waarin bij de veroorzaking van het gevolg het menschehjk lichaam een zuiver passieven schakel vormt, bijv. A staat met B te spreken, terwijl eerstgenoemde een arit in de hand heeft; C komt aanloopen en duwt A tegen B op, zoodat A's arit in B's lichaam dringt.

Sluiten