Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

95

nevens een menschelijke handeling als factor een omstandigheid mee, die buiten datgene valt, wat men normaliter in de maatschappij ziet voorvallen, dan valt daartegenover uit strafrechtelijk oogpunt de causale beteekenis van dat handelen weg.*)

§ 18. De causaliteit van het laten

Strafbare feiten kunnen behalve in een „doen" bestaan in een „niet doen", een nalaten. In de eerste plaats vindt men dat hij een groep van delicten, die uitsluitend door een niet-doen kunnen worden gepleegd, ze bestaan in het nalaten van een bij wettelijk voorschrift geboden handeling, zie hierboven § 16 sub 3. Maar bovendien —en in deze § zal alleen over die groep nader gehandeld worden —zijn er strafbare feiten, verbodsvoorschiften, die behalve door een actief doen, ook door een nalaten gepleegd kunnen worden; ze bestaan in een door een nalaten veroorzaken van een door de wet verboden gevolg, bijv. het door opzet of schuld veroorzaken van iemands dood door onthouding van voedsel (artt. 338, 359) en de artjt. 194 en 195, het opzettelijk of door schuld veroorzaken van gevaar voor het openbaar verkeer door stoom-

i) Onze strafwet behelst met betrekking tot het hier besproken vraagstuk geen bepaalde uitspraak (aldus ook de opvatting van den H. R. Am. 7 Juni 1911 W. 9209). Wel is het zeker, dat de leer van von Buri niet aan ons strafrecht ten grondslag ligt. Vermoedelijk is de wetgever uitgegaan van de ook aan het privaatrecht ten grondslag liggende leer, dat er alleen dan aansprakelijkheid bestaat voor een ingetreden gevolg, indien dat gevolg rechtstreeks en onmiddellijk uit onze handeling is voortgevloeid, wanneer we dat gevolg hebben voorzien, of althans hebben kunnen voorzien (zie de artt. 1246, 1247 B. W.) Zoo nam het H. M. G. de toepasselijkheid van de burgerrechtelijke causaliteit voor het strafrecht aan. Vlg. Sententie 8 Febr. 1921 W. 10685. Waar onze strafwet intusschen geen uitdrukkelijk voorschrift -behelst, zal de rechter de vraag naar het oorzakelijk verband in elk bijzonder geval naar eigen opvatting hebben te beslissen, waarbij de in den tekst gestelde formule hem in vele, zn het niet in alle gevallen een bruikbaar richtsnoer kan geven.

Een vaststaande rechtspraak omtrent dit onderwerp treft men niet aan. Vrij algemeen wordt echter het volgende aangenomen:

le de aansprakelijkheid van den eenen bij een culpoos delict wordt niet weggenomen door een onvoorzichtig tot het gevolg medewerkend handelen van den ander; ....

2e minder goede behandeling van den geneesheer of het zich met toaig onder geneeskundige behandeling stellen heft de aansprakelijkheid voor het intreden van den dood of zwaar lichamelijk letsel niet op;

3e evenmin is dit het geval met de omstandigheid, dat de dood te wnten is aan het zwak lichaamsgestel van den verwonde.

Sluiten