Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

105

De strafbepalingen kunnen voor de strafbaarheid des daders nu eens den eenen schuldvorm, opzet, vorderen, dan weer het bestaan van den tweeden vorm, schuld, daartoe voldoende achten. Bij misdrijven vindt men intusschen meestal opzet geëischt, bij overtredingen daartegen wordt als regel volstaan met c u 1 p a.

't Aannemen van strafrechtelijke aansprakelijkheid zonder het bestaan van schuld moet, als in strijd met de beginselen van bet moderne strafrecht, worden afgekeurd.

E. DE LEER VAN HET Z. G. N. „MATERIEELE FEIT."

Vroeger gold —vooral onder de Fransche juristen en de Fransche rechtspraak — de leer, dat brj overtredingen geen schuld noodig was, dat de enkele normovertreding door doen of nalaten voor de strafbaarheid voldoende was, tenzij uitdrukkelijk het tegendeel bepaald Was of blijkens de woorden van het overtredingsvoorschrift opzet of schuld gevorderd werd.

Voor ons strafrecht moeten we echter vasthouden aan de stelling', dat ook bij overtredingen geen strafrechtelijke aansprakelijkheid zonder schuld mag worden aangenomen.1) Intusschen — en deze omstandigheid heeft tot de misvatting aanleiding gegeven als zou bij overtredingen geen schuld noodig zijn — ligt bij overtredingen anders dan bij culpose misdrijven in de handeling of het verzuim de schuld van zelf opgesloten. Terecht wordt dan ook aangenomen, dat de rechter hier in geen speciaal onderzoek naar het bestaan van schuld bij den pleger van de overtreding behoeft te treden. Wordt echter aangetoond, dat den dader geen schuld treft, dan zal m.i. geen veroordeeling behooren te geschieden.

i) Naar de H R. bij Arr. v. 14 Febr. 1916 W. No. 9958 besliste, mag bij gebleken afwezigheid van alle schuld de strafbaarheid van overtredingen niet worden aangenomen. Aldus ook Sent. H. M. G. 27 Oct. 191b W 10010. Schuld (gemis aan de noodige voorzichtigheid dan wel Puchkverzuim) is een noodzakelijk element van elke overtreding. Zoo werd bn v R v J. Bat. 27 Sept. 1921 T. Dl. 115 blz. 276 e.v. een beklaagde vrijgesproken, daar in het daarbedoelde geval alle maatregelen door dezen waren genomen, die redelijkerwijs van hem gevergd konden worden.

Sluiten