Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

HET STRAFBARE FEIT

deling? Stelde men in het algemeen dien eisch, dan zou ongetwijfeld de toepassing der strafwet ernstig worden verlamd. De rechtvaardigheid echter vordert, dat in die gevallen, waarin de dader aantoont, dat het hem door omstandigheden onmogelijk was de overtreden bepaling te kennen, terwijl hem ook het ongeoorloofde zijner handeling onbekend was, door'de wet straffeloosheid wordt uitgesproken.1)

H. TIJDSTIP WAAROP TOEREKENINGSVATBAARHEID EN SCHULD MOETEN BEOORDEELD WORDEN

In het algemeen neemt men aan, dat het tijdstip waarop toerekeningsvatbaarheid en schuld moeten bestaan, dat is, waarop het doen of laten geschiedt. Nu doet zich echter in de praktijk hierbij een moeilijkheid voor en wel in die gevallen, wanneer bij voortzetting der oorzakenreeks, toerekeningsvatbaarheid en schuld niet meer aanwezig zijn; gevallen dus, Waarin de dader zich opzettelijk heeft gebracht in een toestand van onbewustheid, teneinde in dien toestand een misdrijf te plegen of wel dien toestand heeft in het leven geroepen, wetende, althans kunnende vermoeden, dat het ontstaan van het nusdrijf daarvan het gevolg zou kunnen zijn.2) Naar de gangbare leer wordt aangenomen, dat in dergelijke gevallen het opzet doorwerkt, wanneer maar het opzet bestond, vóór die toestand van onbewustheid intrad; gewoonlijk wordt de toerekenbaarheid van het gevolg aan opzet of schuld gemotiveerd door de redeneering,

) Met de hier bedoelde gevallen heb ik speciaal politie-overtredingen op het oog, immers t a. v. misdrijven zal het gevaar voor bedoelde onrechtvaardigheid veel geringer zijn, vooral, wanneer de wetgever er naar streeft slechts zoodanige handelingen te verbieden en strafbaar te stellen, waarvan de onrechtmatigheid en de strafwaardigheid door ieder normaal denkend mensch wordt ingezien. Dan zal inderdaad t.a.v. de meer ernstige feiten, dus de meeste misdrijven, gereedelijk mogen worden aangenomen, dat de dader wel besefte, dat hij een verboden en strafwaardige handeling r?ï1(Tte' betrekking tot de Inlandsche bevolking bestaat hier de moeilijkheid, dat er tal van handelingen zijn, die door ons strafwetboek tot misdrijven zijn gestempeld zonder dat de doorsnee-Inlander zich van het maatschappelijk of zedelijk ongeoorloofde dier handelingen bewust is. Zie in verband hiermee hierboven blz. 85n.

*) Men spreekt hier van de „actio Iibera in causa"; denk aan het z. g. n. „courage drinken", het drinken van sterken drank om den moed te krijgen tot een bepaalde handeling over te gaan.

Sluiten