Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

117

Inlandsche rechtbanken (b. v. proatins en rapats in de Buitengewesten), zoodat de hierbedoelde bevoegdheid is ontzegd aan den land-, politie-, regentschaps- of districtsrechter, die ten aanzien van beklaagde art. 44 al. 1 mocht toepassen.1)

B. OVERMACHT Als tweede grond van niet-toerekeningsvatbaarheid komt art. 48 in aanmerking, hetwelk luidt: „Niet strafbaar is hij, die een feit begaat, waartoe hij door overmacht is gedron-

i) Voor de regeling van het Krankzinnigenwezen wordt gewezen op Stbl. 1897 No. 54. In dit Reglement zijn in de eerste plaats bepaald de maatregelen, die tegen den krankzinnige, die voor zijn omgeving of voor zich zeiven gevaar oplevert, kunnen worden genomen; verder vindt men er waarborgen opgenomen ter bescherming der persoonlijke vrijheid. Plaatsing, verblijf en ontslag zijn in het Reglement afzonderlijk voor Europeanen en Inlanders geregeld. „,

Speciale aandacht verdient art. 48 Kr. Rgl. j°. Stbl. 1905 No. 358. Men houde in het oog, dat dit artikel allèen van toepassing is, indien er vermoeden bestaat, dat de misdadiger zich gedurende de strafvervolging in een toestand van krankzinnigheid bevindt of althans krankzinnigheid simuleert. De strafzaak wordt in zoo'n geval geschorst. De voorzitter van het college ter wiens kennisneming het gepleegde feit behoort, kan dan gelasten, dat de dader voor ten hoogste zes maanden — zooveel noodig een keer met eenzelfden termijn te verlengen — ter observatie ïn een krankzinnigengesticht zal worden opgenomen.

Indien nu het rapport van den geneeskundige van het gesticht luidt, dat de verdachte of beklaagde krankzinnig is, dan wordt door den Officier v. Justitie tot diens definitieve plaatsing in een krankzinnigengesticht gerequireerd, overeenkomstig de artt. 19, 20, en 26 Kr. Regl. Houdt het geneeskundigen-rapport daarentegen in, dat de geobserveerde niet krankzinmg is dan geeft de president van het college last tot onmiddellijk ontslag uit hét gesticht met bevel, dat de beklaagde ter beschikking van de Justitie worde gesteld. Al spreekt art. 48 Kr. Regl. er niet over, het medisch rapport zal bovendien het oordeel van den geneeskundige bevatten omtrent de kwestie of beklaagde op het oogenblik van het plegen van het strafbare feit toerekeningsvatbaar was.

Wordt door den geneeskundige de ontoerekeningsvatbaarheid van beklaagde op dat oogenblik aangenomen, dan zal de beslissing volgen, dat er geen termen tot verdere vervolging aanwezig zijn. Blijkt uit het medisch rapport de niet-toerekeningsvatbaarheid op het tijdstip van het plegen echter niet, dan is de krankzinnigheid dus vermoedelijk n a het plegen van het delict ontstaan en dan zal de strafvervolging moeten worden geschorst tot na het herstel van den beklaagde.

Of de zaak van den misdadiger, die zijn misdrijf in een toestand van krankzinnigheid heeft gepleegd, voor den strafrechter aanhangig gemaakt zal worden, ja zelfs of het O. M. een vervolging zal instellen, hangt geheel van de omstandigheden af. Indien toch al dadelijk blijkt, dat het misdrijf door een ontoerekeningsvatbaar persoon is gepleegd, zal het O.M. krachtens de artt. 10 e.v. of 22 e.v. plaatsing in een krankzinnigengesticht bij den Landraad c. q. bij den Raad v. Justitie requireeren en zal het verder van het medisch verslag afhangen of een strafvervolging zal worden begonnen.

Sluiten