Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

121

Wanneer een beklaagde, aldus de oude regeling van de artt. 32 en 33 (35 en 36) Swb., beneden de 16 jaren oud was, moest de strafrechter beslissen, of hij gehandeld had met of zonder oordeel des onderscheids.1) In het eerste geval werd het kind gestraft met een groote-menschenstraf, zij het echter wat lichter; in het tweede geval werd het vrijgesproken, doch het kind kon naar gelang der omstandigheden óf aan zijn ouders of naaste bloedverwanten worden teruggegeven, óf geplaatst worden in een verbeterhuis om daar te worden opgevoed gedurende een aantal jaren, bij het vonnis te bepalen, maar uiterlijk tot zijn twintigste jaar.

Wat die plaatsing in een verbeterhuis betreft, dergelijke inrichtingen zijn in Indië nooit opgericht en van de bevoegdheid, den G. G. in art. 5 Ov. bep". Swb. oud gegeven, om zoolang zoodanig verbeterhuis niet bestaat, een ander verblijf ter' opneming van jeugdige misdadigers aan te wijzen, heeft deze slechts weinig gebruik gemaakt.2)

Is het aantal jeugdige Europeesche misdadigers uiteraard gering, dat der jeugdige Inlanders, die met den strafrechter in • aanraking komen, is vrij talrijk. Men kan zelfs zeggen, dat de criminaliteit onder de Inlandsche jeugd een niet onbelangrijken omvang heeft aangenomen.3) Ingrijping door den strafwetgever ter beteugeling van dit kwaad is daarom dringend noodig.

B. DE REGELING VAN ONS WETBOEK (artt. 45, 46 en 47) Ons strafwetboek heeft de nieuwe wetsvoorschriften —1901 van het Ned. strafrecht en dus ook het bijzonder strafstelsel

i) „Avec ou sans discernement". .

*) Bij gebreke van het in art. 32 (35) Swb. bedoelde verbeterhuis werd in de praktijk t. a. v. de. kinderen, wier plaatsing m zoodanige inrichting bij rechterlijk vonnis was bevolen, gezinsverpleging toegepast; ook werden dergelijke kinderen wel ter opvoeding toevertrouwd aan personen en instellingen, die zich de stoffelijke en zedelijke verbetering van den mensch ten doel stellen; misdadige kinderen van Europeesehen landaard in de inrichting-Van der Steur te Magelang, of naar het opvoedingsgesticht Depok van het „Genootschap voor In- en Uitwendige Zending" te Batavia; die van Inlandschen landaard hetzij in de Witte Kruiskolonie-van Emmerik te Salatiga, hetzij in de inrichting voor zieke en behoeftige Inlanders Boeeangan van het Leger des Heils te Semarang. Europeesche kinderen worden ook opgenomen in het Tehuis te Soerabaia en kinderen van alle landaarden in de Landbouwkolonie te Klakah, beide stichtingen van de Vereeniging „Pro Juventute" te Soerabaia.

») Blijkens de crimineele statistiek van 1918 waren op 314303 wegens misdrijf en overtreding onherroepelijk veroordeelde Inlanders in Ned. Indië niet minder dan 12010 d.i. 3.8»/o veroordeelden beneden de zestien jaren (Buiten berekening bleven hierbij de door de districts- en regentschapsgerechten en de wegens overtreding door de inheemsche rechters uitgesproken veroordeelingen). Hiervan werden 125 ter beschikking van de Regeering gesteld en 6018 teruggegeven aan ouders en verzorgers zonder toepassing van straf.

Sluiten