Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

125

openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak vinden mede geen toepassing. .

§ 25. Opzet (dolus) A. INLEIDING

We zagen hierboven § 22 sub D, dat naast den absoluten eisch der toerekeningsvatbaarheid des daders als regel voor diens strafrechtelijke aansprakelijkheid noodig is, dat de gepleegde handeling aan diens schuld is te wijten. Die schuld kan zich voordoen in den vorm van opzet (dolus) en in dien van schuld in engeren zin (culpa), welke beide kunnen betrekking hebben öf op het intreden van een door de Wet verboden gevolg öf op de elementen van het strafbare feit.

Reeds aanstonds zij hier echter opgemerkt, dat bij die strafbare feiten, die door een „doen" gepleegd worden, ook dan wanneer voor de strafbaarheid slechts schuld behoeft aanwezig te zijn, de materieele handeling toch een gewilde en dus een opzettelijke is.

Bij misdrijven wordt als regel opzet gevorderd; voor de strafbaarheid van schuld is hier een uitdrukkelijke bepaling noodig. Bij overtredingen daarentegen maakt het geenerlei verschil of het feit met opzet dan wel met schuld gepleegd is, beide schuldvormen zijn voor de strafbaarheid voldoende.

B. DE VORMING VAN DEN WIL Bij elke menschelijke handeling, hetzij die vdor het strafrecht van beteekenis is' of niet, hebben we te doen met een geheel psychisch proces, waarbij de wil zich vormt tot het verrichten eener bepaalde handeling. We kunnen daarbij drie stadia onderscheiden, die het wilsproces doorloopt en wel het motief, oogmerk en opzet in engeren zin. *) Ter verduide-

i) De oorzaak van het bewust menschelijk willen en dus bewust menschelijk handelen is een in hem ontstane behoefte of begeerte; de wensch aan die begeerte te voldoen, die behoefte te bevredigen is het motief, dat tot handelen voert. Dit motief kan een edel of een slecht motief znn; bij strafbare feiten wordt meestal gehandeld onder den invloed van een slecht motief. .. , u u v.

Nu doet zich bij hem de vraag voor op welke wnze die behoefte nevrediging kan vinden en wanneer het verstand daarop antwoord heeft gegeven, richt de wil zich op de verwezenlijking van het gewenschte gevolg. Uit het motief wordt dus geboren het oogmerk gericht op de verwezen-

Sluiten