Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

126

HET STRAFBARE FEIT

lijking het volgende voorbeeld: A weet, dat B met veel geld op zak alleen en ongewapend een eenzamen weg zal passeeren. De begeerte komt bij hem op zich van dat geld meester te maken. Dit nu is het motief, dat A ,tot handelen drijft, de drijfveer. A's wil' richt zich nu op B's ,dood als middel om zich dat geld toe te eigenen, het oogmerk. Als uitkomst van zijn overweging van het middel, dat kan leiden zijn doel te bereiken, besluit hij B achter een boom op te wachten, hem onverhoeds Van achteren aan te vallen en vervolgensi hem te Wurgen. Dit laatste nu vormt het opzet in engeren zin, hetwelk dus te beschouwen is als een bestanddeel van het wilsproces, dat tot het delict leidt

De strafwetgever houdt als regel geen rekening met het motief waaronder gehandeld is,1) wel is dat punt van gewicht bij1 de straftoemeting door den rechter.

C. OPZET MET BETREKKING TOT MISDRIJVEN, DIE BESTAAN m HET VERWEZENLIJKEN VAN EEN BEPAALD GEVOLG

I In de eerste plaats zijn er misdrijven, waarbij voor de strafbaarheid noodig is", dat het opzet op het tot stand brengen van een bepaald gevolg gericht is. In art. 338, doodslag, bijv. blijkt uit het woord opzettelijk, dat voor dit misdrijf 's daders opzet gericht moet zijn geweest op levensberooving; het opzet kan in deze gevallen in zijn beteekenis omschreven worden als „de wil gericht op de verwezenlijking van datgene wat de wiet verboden heeft." Hieruit volgt, dat er geen sprake van doodslag kan zijn, al heeft de dader zijn geweer afgeschoten en dientengevolge een mensch gedood, wanneer hij daarbij niet den wil heeft gehad een ander van het leven te berooven. Maar wanneer de man onvoorzichtig heeft gehandeld, is hij' dan niet te straffen? Niet volgens art. 338 en alleen als de strafwet uitdrukkelijk het teweegbrengen van iemands dood door schuld heeft strafbaar gesteld. Zoo'n strafbepaling vinden we in art 359.

lijking van een bepaald gevolg. Vervolgens heeft een nadere overweging plaats van het bepaalde middel, waardoor het gewenschte gevolg kan worden bereikt en daarna richt zich de wil op die bepaalde handeling. Simons I blz. 204.

x) Dit is wèl het geval bijv. bij de artt. 341 en 342.

Sluiten