Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

133

Allereerst natuurlijk wanneer er willens en wetens gehandeld werd. Nu heeft echter ook hier de leer van het voorwaardelijk opzet zich doen gelden; dientengevolge wordt door vele schrijvers dat opzet geacht óók te bestaan, wanneer wel niet te bewijzen is, dat de dader de aanwezigheid van de zijn handeling strafbaar makende omstandigheid positief kende, maar ook wanneer aangetoond kan worden, dat hiji bij zekerheid dienaangaande toch zou gehandeld hebben, het handelen onder die omstandigheid dus in zijn wil heeft opgenomen. Sommigen gaan nog verder en leeren, dat „zekerheid" omtrent de strafbaarheid bepalende omstandigheid niet noodig is, doch dat gemis aan zekerheid omtrent de niet-aanwezigheid daarvan voldoende is.

Nu kan inderdaad voor het opzet bezwaarlijk steeds gevorderd worden het bewijs van de besliste wetenschap bij den dader van de strafbaarheid bepalende omstandigheid; absolute zekerheid bestaat niet. Doch ook al moge dit Waar zijn, in het feit, dat de handelende bij twijfel dienaangaande slechts verzuimd heeft zich op de hoogte te stellen van de niet-aanwezigheid eener strafbaar makende omstandigheid, kan nimmer opzet gelegen zijn, maar slechts schuld.

Opzet kan m.i. alleen worden aangenomen, wanneer de wetenschap omtrent de zijn handeling strafbaar makende omstandigheid bij den dader aanwezig Was; intusschen mag het bestaan dier wetenschap bij dezen Worden aangenomen, indien uit de omstandigheden kan worden aangetoond, dat de dader de overtuiging van het aanwezig zijn dier omstandigheid moest hebben en dus ook had. x)

Aldus wordt ook door den H. R. het helingsartikel 416 Ned. Swb. geïnterpreteerd. Juist echter met het oog op het feit, dat door het vorderen van bepaalde wetenschap of overtuiging omtrent de misdadige herkomst, bedoeld wetsartikel de justitie een onvoldoend wapen in de handen geeft ter bestrijding van het helersbedrijf, heeft men in ons wetboek in art. 480 na de woorden „waarvan hij weet" ingelascht de woorden „of

i) Nu de wet „wetenschap" vordert en die wetenschap als een noodzakelijke voorwaarde voor het opzet beschouwt, mag l»6* m°gelfl"ei,f ^_ bewustzijn daarvoor niet in de plaats worden gesteld. Vgl. v. Kb. «otterdam 2 Oct. 1913 N. J. 1914 blz. 249.

Sluiten