Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

135

c) dat. hij zich bewust was van het zedelijk of maatschappelijk ongeoorloofde karakter zijner handeling. Vooral de sub a) vermelde opvatting vindt men dikwijls verkondigd, o.a. door Binding. Zie hierboven blz. 50 n. 3. M. i. is het echter niet geoorloofd een dusdanige uitgebreide beteekenis aan het begrip „opzet" te hechten, dat daaronder mede hetzij bewustzijn van onrechtmatigheid, hetzij van strafbaarheid of strafwaardigheid begrepen wordt. Opzet toch vormt een bestanddeel van het geestesproces, dat de wil bij het verrichten van een bepaalde handeling doorloopt en dat proces verloopt voor strafbare handelingen en voor uit een strafrechtelijk oogpunt onverschillige handelingen op volkomen gelijke wijze.

Moet nu echter, als dit zoo is, ter wille van een rechtvaardige werking der strafwet niet, nevens het aldus opgevatte opzet, geëischt worden, dat vaststaat, dat de handelende het bestaan van de norm en de strafbepaling kende? Zie over dit onderwerp hierboven blz. 77.

Met betrekking tot de inheemsche bevolking zij hier opgemerkt, dat, als men nevens het opzet voor de toepasselijkheid der strafwet eischte vrije wilsbepaling, een normale ontwikkeling en — Waar het hier op aankomt — bewustzijn bgi den dader, dat zijn handeling in strijd is met de maatschappelijke en zedelijke orde, in tal van gevallen de Inlandsche misdadiger zou moeten worden vrijgesproken. Men denke maar eens aan den Dajakker, die het koppensnellen, den Mohammedaan, die den heiligen oorlog, den Lamponger, die het dooden van een slaaf in eenige gevallen geoorloofd acht.

De Ned. Indische rechter is dan ook niet geneigd de adat, noch het bijgeloof of den invloed van hoofden als grond van straffeloosheid aan te merken.

Of bij het bestaan van art. 48 Swb. (zedelijke overmacht) in dergelijke gevallen op dit voorschrift een beroep zou kunnen worden gedaan, meen ik te moeten betwijfelen; maar dat zich dientengevolge hier in Indië gevallen kunnen voordoen, waarin een strafrechtelijke reactie zedelijk onrechtvaardig moet heeten, lijkt me aan den anderen kant niet te betwisten.l) i) Vgl. Mr. W. de Gelder blzz. XV en XVI.

Sluiten