Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136

HET STRAFBARE FEIT

G. DE INVLOED DER RECHTSDWALING OP DE STRAFBAARHEID

De vraag in hoeverre dwaling in elk hijzonder geval op de strafbaarheid invloed uitoefent, hangt af van deze andere vraag, of voor des daders strafbaarheid opzet vereischt is ten aanzien van de omstandigheid, waaromtrent de dwaling bestond. Indien dit n.1. het geval is en de handelende omtrent een dier elementen in dwaling verkeerde, sluit het bestaan van dwaling het opzet daartoe en daarmee de strafbaarheid uit.

De dwaling kan ten eerste zijn een rechtsdwaling, d. i. een dwaling omtrent het recht; deze bestaat daar waar de dader handelde onder den invloed van een onjuiste opvatting van het objectieve recht, wlaar deze meende geoorloofd te handelen, in zijn recht te zijn. Bijv. iemand neemt een voorwerp weg in de overtuiging, dat hij eigenaar daarvan is; iemand onttrekt eenig goed aan een beslag, oordeelende, dat dat beslag niet krachtens de wet gelegd is, of wel iemand onttrekt een minderjarige aan de macht van een ander, meenende dat dit niet het wettig over dezen gesteld gezag is enz.

In het algemeen oefent dwang in het recht geen invloed uit op de strafbaarheid van den handelende, omdat het recht als regel niet voor de strafbaarheid vordert, dat des daders opzet op de wederrechtelijkheid van zijn handeling gericht was. Er zijn echter tal van gevallen, dat in een wetsvoorschrift de wederrechtelijkheid der handeling of van het daarmee te bereiken oogmerk als zelfstandig element is opgenomen en voor de strafbaarheid het opzet mede daarop gericht moet zijn geweest, 't Spreekt van zelf, dat in diè gevallen dwaling te dien aanzien het opzet en daarmee de strafbaarheid uitsluit. Zoo zullen dus in boven aangehaalde gevallen de delicten van de artt. 362, 231 en 330 niet aanwezig zijn.

Ook een dwaling omtrent een norm van het strafrecht kan de strafbaarheid opheffen, doordien het vereischte opzet niet aanwezig is. Zoo zal, Wanneer iemand door een verkeerde opvatting van het begrip noodtoestand, meenende in dien toestand te verkeeren, eens anders zaak wegneemt en zich toe-

Sluiten