Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

137

eigent, die persoon niet strafbaar zijn, immers ten gevolge der dwaling kan van hem niet gezegd worden, dat hij het oogmerk tot Wederrechtelijke toeëigening bezat.

De dwaling kan in de tweede plaats een dwaling in de feiten zijn. Men spreekt daarvan, indien de dader in dwaling verkeerde omtrent alle andere dan de bovenbedoelde feiten en omstandigheden.

De dwaling kan betreffen:

a) essentialia van het delict, d. z. feiten, die voor de aanwezigheid van het delict absoluut aanwezig moeten zijn, bijv. A wil B doodschieten, erg bijziende zijnde, denkt hij op dien B te schieten, maar hij schiet op een pop. Aangezien hier een essentieel bestanddeel van het strafbare feit ontbreekt, is er geen delict gepleegd.

b) voor het delict onverschillige f eiten of zelfs feiten, die elementen van een delict vormen, maar ten aanzien waarvan voor de strafbaarheid geen opzet behoeft te bestaan. Bv. A neemt een zaak weg, denkende, dat die van R is, maar later blijkt, dat hij zich dienaangaande vergiste, want dat ze aan C toebehoort; of wel iemend legt opzettelijk een valsche verklaring onder eede af, in de veronderstelling, dat die niet door een wettelijk voorschrift gevorderd wordt, terwijl zulks wel het geval blijkt te zijn. 't Is duidelijk, dat in de hier sub b) bedoelde gevallen de dwaling geenerlei invloed uitoefent en de dader dus strafbaar blijft.

H. ONDERSCHEIDINGEN IN HET OPZET L Dolus determinatus en dolus indeterminatus.

Feitelijk kan men van een geheel onbepaald opzet niet spreken, want een zoodanig absoluut onbepaald opzet is onbestaanbaar. Al is dit echter zoo, het opzet behoeft niet altijd een gespecificeerd opzet te zijn, d.w.z. het behoeft niet altijd gericht te zijn op een zuiver bepaald persoon of object.

Des daders opzet kan tot op zekere hoogte onbepaald zijn: a) diens opzet kan gericht geweest zijn op de verwezenlijking

van meerdere gevolgen tegelijk: A wil B èn C dooden.

Sluiten