Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

145

bestaan van dit opzet wel geëischt wordt.1) Verder lezen we in sommige artt. de uitdrukkingen „opzettelijk en wederrechtelijk" en „opzettelijk wederrechtelijk." Zie over de beteekenis van beide laatste uitdrukkingen hierboven blz. 132.

Tenslotte vinden we nog elders van het element der wederrechtelijkheid gesproken in verband met het oogmerk, waarbij dan gevorderd wordt, dat dit gericht was hetzij, op wederrechtelijke toeëigening (bv. art. 362), hetzij op wederrechtelijke bevoordeeling (bv. art. 378, 382 enz.), hetzij op eenig ander wederrechtelijk doel (bv. art. 328).

In al de hier genoemde gevallen moet het element der wederrechtelijkheid van handeling of oogmerk uitdrukkelijk in de tenlastelegging worden opgenomen en in het vonnis daarvan bewijs worden geleverd.

C. BETEEKENIS VAN DE UITDRUKKING „WEDERRECHTELIJK"

Er bestaat veel verschil van gevoelen over den zin welke aan de uitdrukking „wederrechtelijk moet worden gehecht. De

i) Uitdrukkelijke opneming van het wederrechtelijk karakter der handeling treft men ook daar waar in de delictsomschrijving nadrukkelijk de positieve eisch wordt gesteld, dat de dader handelde zonder geldige reden, zonder vergunning of verlof van de overheid. Dit is b. v. het geval bij tal van overtredingen, zie de artt. 494 6°, 495, 496, 498, 500, 502 en 510.

Voorzoover we in die gevallen te doen hebben met een in het algemeen door den strafwetgever onrechtmatig en strafwaardig geoordeelde handeling, had men de delictsomschrijving ook anders kunnen inrichten. De wetgever had n.1. de gedraging in het algemeen kunnen verbieden en strafbaar stellen en vervolgens de omstandigheden, die hetzij de onrechtmatigheid en strafbaarheid, hetzij deze laatste alleen opheffen, als zoodanig afzonderlijk kunnen vermelden. Deze methode ware in die gevallen rationeeler. Dit punt is intusschen ook van gewicht voor de bewijslevering. Als voorbeeld art.^ 498 Swb. Zooals de overtreding thans geformuleerd is, zal de omstandig-' heid, dat het daar bedoelde verlof aan den beklaagde niet verleend was, als element in de tenlastelegging moeten worden opgenomen en voor de mogelijkheid eener veroordeeling moeten worden bewezen. Had het artikel daarentegen geluid: „hij die vuurwerk vervaardigt of anders dan tot eigen gebruik in voorraad heeft wordt gestraft enz., tenzij hij in het bezit van een vergunning is afgegeven door het hoofd van het plaatselijk bestuur , dan zou beklaagde het bestaan van een dusdanige vergunning hebben te bewijzen om aan een veroordeeling te ontkomen, (zgn. fait d,'e x c u s e). Op welken grond de wetgever nu eens de eene dan de andere wijze van redactie koos, is niet altijd met zekerheid vast te stellen. Waar hij de bedoeling heeft in het algemeen te verbieden en bij uitzondering toe te laten, is de laatste wijze van strafbaarstelling intusschen op hare plaats; de eerstgenoemde is daarentegen -de aangewezen methode waar de wetgever in het algemeen eenige handeling wil toelaten behoudens regeling.

10

Sluiten