Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

HET STRAFBARE FEIT

maakt aan schending van den anderen plicht, bijv. een soldaat staat op schildwacht en ziet in de nabijheid een kind te water raken, dat zonder zijn hulp ongetwijfeld zal verdrinken; eenerzijds is het hem niet geoorloofd zijn post te verlaten,, maar anderzijds is hij krachtens art, 531 Swb. tot redding verplicht; of wel een officier van gezondheid, die door een verklaring omtrent door hem behandelde militairen af te geven zijn beroepsgeheim als geneesheer schendt, doch aan den anderen kant door die verklaring te weigeren zich aan dienstweigering schuldig maakt.1)

C. GRENZEN VAN DEN NOODTOESTAND Allereerst zij opgemerkt, dat de in gevaar verkeerende rechtsbelangen die kunnen zijn van den handelende zelf, maar evenzeer die van anderen, hetzij van diens verwanten, vrienden of vreemden.2)3) Verder kunnen de met elkaar in conflict komende rechtsbelangen of rechtsplichten in verhouding tot elkaar gelijkwaardig zijn (leven om leven), maar ook ongelijkwaardig (leven van een mensch om eenig goed).

In de wet wordt niet uitdrukkelijk over noodtoestand gesproken, maar men brengt noodtoestand onder het algemeen begrip van overmacht (art. 48).

Aan den rechter is het geheel overgelaten te beoordeelen, of er al dan niet in zoodanigen toestand gehandeld is.*) Intusschen heeft men in de rechtspraak en in de wetenschap vrij algemeen voor het bestaan van noodtoestand de volgende regels aangenomen:

I Tusschen het gehandhaafde en het opgeofferde rechtsbe!) Sent. H. M. G. 26 Nov. 1915 W. 9867 In casu weigerde een officier van gezondheid der Koninklijke Marine aan den commandant van zijn schip gegevens te verstrekken over den gezondheidstoestand van een officier der Marine. Het H. M. G. nam overmacht aan en ontsloeg den beklaagde van rechtsvervolging.

2) In beginsel komt gevaar voor alle rechtsbelangen in aanmerking, dus gevaar voor lijf, leven, eerbaarheid en goed. Anders het Duitsche strafrecht, dat alleen noodtoestand bij gevaar voor lijf of leven erkent.

*) „Of vreemden": dit is een ander verschilpunt tusschen noodtoestand en eigenlijke overmacht, zie hierboven § 23 B.

*) Arr. H. R. 26 Juni 1916 W. 9955: Overmacht kan alleen voortspruiten uit den invloed van uitwendige omstandigheden,- een uit eigen opvattingen omtrent de zedelijke en maatschappelijke waarde van wettelijke instellingen en voorschriften voortspruitende drang kan niet als noodtoestand in den zin van art. 40 worden aangemerkt, 'n Soortgelijke uitspraak deed het Hof van Appèl te Parijs bij Arr. van 27 Mei 1925.

Sluiten