Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154

HET STRAFBARE FEIT

zaakt, zich verdedigt, terwijl achteraf blijkt, dat die verdediging niet noodzakelijk was; secundo daarin, dat hij onder dienzelfden invloed in de keuzé van het verdedigingsmiddel te ver is gegaan, bijv. iemand doodt, terwijl hij met een paar flinke slagen had kunnen volstaan.1)

De grond van de niet-strafbaarheid der met overschrijding der noodweergrenzen gepleegde handeling ligt in de niet-toerekeningsvatbaarheid van den dader; de gepleegde handeling blijft intusschen onrechtmatig, waaruit volgt, dat tegen noodweerexces beroep op noodweer mogelijk .is.

§ 30. Wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel

A. HANDELEN TER UITVOERING VAN EEN WETTELIJK VOORSCHRIFT

Dezen en den sub B te behandelen rechtvaardigingsgrond vond men in het oude strafwetboek in één artikel vereenigd en en casuïstisch in het bijzonder gedeelte opgenomen (artt. 243 — 245). Dit artikel luidde: „Doodslag, kwetsuren en slagen, bevolen bij algemeene verordeningen en gelast door het openbaar gezag zijn niet strafbaar." Het voorschrift was geheel onvoldoende en de praktijk nam dan ook in weerwil van de casuïstische regeling het hier aangehaalde voorschrift als een aJgemeenen rechtvaardigingsgrond aan.

Krachtens art. 50 is niet strafbaar hij, die een feit begaat ter uitvoering van een Wettelijk voorschrift. De niet-strafbaarheid steunt op de niet-onrechtmatigheid eener dergelijke handeling. 2) Intusschen ook al ware ons art. 50 niet geschreven, dan zou het niet anders zijn, immers iedere lex specialis

*) Voorbeeld van toepassing v. art. 49 al. 2: A wordt door B aangevallen. Deze laatste komt met een ontbloote kris en onder het uiten van dreigementen op A af. A neemt om den aanval te keeren een steen op en werpt dien naar B, die daardoor ernstig gewond neervalt. Wel heeft A nu een handeling gepleegd, waarbij de grenzen eener noodzakelijke verdediging zijn overschreden, maar hij zal niet strafbaar zijn, aangezien die overschrijding het onmiddellijk gevolg is geweest van den angst, door de bedreiging met de kris veroorzaakt.

2) De Mem. v. Toel Ned. Swb. spreekt ook hier weer ten onrechte van „niet-toerekeningsvatbaarheid wegens een van buiten aangebrachte oorzaak".

Sluiten