Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

157

getoetst worden aan een wettelijk voorschrift, want men bedenke, dat de bevoegdheid om te bevelen, dat gehandeld worde, afhankelijk is van de bevoegdheid om zelf te handelen.

Elk ambtenaar dient dus nauwkeurig op de hoogte te zijn, welke zijn ambtelijke rechten en plichten zijn en in hoeverre zijn gehoorzaamheidsplicht zich uitstrekt. Als ondergeschikte is hij verplicht zijn meerderen te gehoorzamen in alle binnen zijn ambtskring vallende aangelegenheden, in alle andere aangelegenheden is hij tot geen gehoorzaamheid gehouden.

Intusschen de wetgever heeft de straffeloosheid niet tot de uitvoering van een bevoegdelijk gegeven amtehjk bevel beperkt gelaten. Dat kon hij ook bezwaarlijk, want dan zou, waar de ondergeschikte ambtenaar in principe strafrechtelijke verantwoordelijkheid zou dragen, dezen het recht niet kunnen worden onthouden om elk bevel van zijn meerdere zelfstandig te beoordeelen en de opvolging daarvan afhankelijk te stellen van zijn eigen opvatting omtrent de rechtmatigheid daarvan, 't Behoeft echter geen betoog, dat een dergelijke vrijheid totaal onvereenigbaar zoude zijn met de ambtelijke ondergeschiktheid en de eischen van een goed functionneerenden staatsdienst.

Straffeloosheid ook voor de tenuitvoerlegging van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel moet den ondergeschikte dus worden toegekend, maar de groote vraag was, tot op welke hoogte.

Ten onzent is dit onderwerp aldus geregeld. In beginsel verzekert het recht, dat noodzakelijk dient te reageeren tegen blinde gehoorzaamheid, die zelfs delicten doet begaan, den openbaren ambtenaar geen aanspraak op straffeloosheid wegens een handeling door hem ter uitvoering van een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel verricht. Maar anderzijds maakt de wet, rekening houdende met boven uiteengezette noodzakelijkheid, op dit beginsel een uitzondering en verklaart onder twee voorwaarden den ondergeschikte ook voor een feit begaan ter uitvoering van een onbevoegdelijk gegeven ambtelijk; bevel niet strafbaar n.1. le indien de nakoming binnen den kring der ondergeschiktheid van hem die gehoorzaamde was gelegen d. w. z. als dergelijke handelingen als de hem opgedragene tot zijn gewone ambtsplichten behoorde en 2e indien het

Sluiten