Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

POGING, DADERSCHAP EN DEELNEMING

Art. 53 al. 4 bepaalt, dat de bijkomende straffen voor poging dezelfde zijn als voor het voltooide misdrijf.

Slotopmerking

Het bij art, 53 en 54 bepaalde geldt voor alle feiten, waarop bij het W. v. Str. en alle andere wettelijke voorschriften straf is gesteld, tenzij bij de wet of bij K. B. anders is bepaald (vgl. art. 103 Swb.). Zoo vindt men in de algemeene verordeningen in zake 's lands middelen en pachten vaak, met afwijking van art. 54 Swb., poging tot fiscale overtredingen strafbaar gesteld (zie hierboven blz. 42).

§ 33. Daderschap en deelneming A. INLEIDING

De vijfde Titel handelt over deelneming aan strafbare feiten. De leer der deelneming houdt zich bezig met de vaststelling der aansprakelijkheid van de verschillende personen, die bij een strafbaar feit kunnen betrokken zijn. Bij deelneming hebben we steeds met twee of meer personen te doen, die aan de totstandkoming van éénzelfde delict meewerken. Die medewerking kan echter van verschillenden aard zijn:

a) De materieele handeling, waardoor het strafbare feit tot stand komt, kan over meerdere personen verdeeld zijn, bijv. A en B spreken samen af een bepaalden riettuin in brand te steken, A steekt den tuin aan den eenen kant in brand, B aan den anderen kant.

b) Het plan tot het plegen van het delict kan uitgaan van een ander dan die het uitvoert bijv. bij doen plegen en uitlokken.

c) Door anderen wordt tijdens of vóór het plegen van het strafbare feit door raad en (of) daad hulp verleend.

Men onderscheidt twee vormen van deelneming nl. zelfstandige en onzelfstandige deelneming. Bij den eersten vorm (mededaderschap) wordt de aansprakelijkheid van iederen deelnemer zelfstandig naar haar eigen rechtskundig karakter beoordeeld en draagt ze ook haar eigen qualificatie. Bij den onzelfstandigen, accessoiren vorm van deelneming (medeplich-

Sluiten