Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POGING, DADERSCHAP EN DEELNEMING

191

hadji's enz. over de bevolking niet uit, zoodat misbruik d. i. verkeerd gebruik maken daarvan niet mogelijk is. Nu zou men die personen wel eens onder toepassing van art. 160 (opruiing) kunnen brengen, maar heel vaak zou dat ook weer niet lukken, omdat een element van opruiing is, dat ze in het openbaar geschiedt, terwijl de hierbedoelde personen hun bedrijf gewoonlijk niet in het openbaar verrichten. Door de inlassching van de woorden „misbruik van aanzien" vallen ze thans in elk geval onder uitlokking.

Ook voor Inlandsche Hoofden is de hierbedoelde uitbreiding niet overbodig. Voor misbruik van gezag is, zagen we, noodig het geven van een bevel door een meerdere aan een ondergeschikte. Stellen we, dat een dorpshoofd kwestie heeft met een collega eener naburige desa. Om wraak te nemen beveelt hij niet, maar verzoekt hij aan een gewoon orang tani zijner desa rietvelden in het gebied van het andere dorpshoofd in brand te steken. Nu kan men moeilijk zeggen, dat het eerste dorpshoofd door misbruik van gezag den rietbrand heeft uitgelokt, maar wel kan men zeggen, dat hij misbruik van zijn aanzien heeft gemaakt.

D. LOKBEAMBTEN (AGENTS PROVOCATEURS)

Onder provocatie verstaan we het uitlokken van misdrijven en overtredingen door politieambtenaren, waarbij het eigenaardige is, dat hun opzet niet gericht is op het door hen uitgelokte strafbare feit als doel, maar als middel ter bereiking van een geoorloofd doel, nl. constateering van overtreding der der strafwet.

De Ned. Drankwet bijv. verbiedt het zonder vereischte vergunning schenken van sterken drank. Teneinde nu te onderzoeken of die drankwet werd nageleefd, was 't een tijd lang in Holland gewoonte drankwetovertredingen uit te lokken. Hierbij ging de politie bijv. als volgt te werk. Op een regenachtigen dag treden twee mannen een tapperij binnen, waarvan het de politie bekend is, dat daar wel eens zonder vereischte vergunning sterken drank in het klein wordt geschonken. Een dier mannen veinst ziek te zijn, de ander vraagt op medelijwekkenden toon om een borrel voor zijn zieken kameraad. Wanneer nu de bierhuishouder zich tenslotte heeft laten overreden, den sterken drank geschonken en het geld in ontvangst genomen

Sluiten