Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

POGING, DADERSCHAP EN DEELNEMING

Medeplichtigheid aan poging is aanwezig, wanneer hulpverleening aan het misdrijf is gewild, doch niet het voltooide misdrijf doch een strafbare poging is gevolgd. De hoogste straf, die uitgesproken kan worden bij medeplichtigheid aan poging, is de straf op het voltooide delict gesteld, verminderd- met een derde, waarbij het overblijvende weer met een derde van het overblijvende wordt verminderd.1)

Niet strafbaar is poging tot medeplichtigheid, medeplichtigheid aan doen plegen, medeplichtigheid aan uitlokken en medeplichtigheid aan medeplichtigheid. Zie hierover Noyon aant. 4 en 5 ad art. 48.

Medeplichtigheid , aan overtreding, zegt art. 60, is niet strafbaar; art. 56 in zijn aanhef spreekt dan ook van „medeplichtigen aan een misdrijf." Intusschen vinden we in de alg. verordeningen in zake 'slands middelen en pachten in afwijking van art. 60 medeplichtigheid aan overtreding strafbaar gesteld (vgl. art. 4 lo en 6o lid Inv. Ver.)

D. OMVANG DER AANSPRAKELIJKHEID DER MEDEPLICHTIGEN

Blijkens art. 57 al. 4 beperkt de wet de aansprakelijkheid van den medeplichtige tot hetgeen hij opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd benevens de gevolgen; dat is dus behoudens dat hier de woorden: „bij het bepalen van ,de. straf" toegevoegd zijn, hetzelfde als wat geldt omtrent den omvang der aansprakelijkheid van de uitlokkers. Met de aangehaalde woorden heeft men willen doen uitkomen, dat 'bij schuldigverklaring van een medeplichtige de qualificatie zijner handeling altijd moet overeenstemmen met die van het door den dader gepleegde misdrijf. Vb. A heeft B een wapen verstrekt om daarmee C te mishandelen, B echter pleegt met dat wapen doodslag op C. Terwijl nu bij het bepalen van de straf A alleen kan Worden veroordeeld als ware hij medeplichtig aan mishandeling, zal de schuldigverklaring moeten luiden: „medeplichtig aan doodslag."2) Dit is nu bij uitlokking !) Arr. H. R. 24 Juli 1925 W. 11453.

2) Noyon aant. 3 ad art. 49 is van oordeel, dat de medeplichtige niet alleen niet gestraft, maar ook niet schuldig verklaard mag worden wegens medeplichtigheid aan eenig misdrijf dan voor zoover hij dat heeft gewild, ook al is de dader verder gegaan.

Sluiten