Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

211

D. OVERZICHT VAN HET IN ONS STRAFWETBOEK OPGENOMEN STRAFSTELSEL

In art. 10 treffen wie in hoofdzaak hetzelfde strafstelsel aan als het Ned. Swb. 't Valt ons echter dadelijk op, dat ten onzent de doodstraf is opgenomen. Niet vermeld onder de bijkomende straffen is daarentegen de plaatsing in een rijkswerkinrichting. 4)

De hoofdstraffen zijn:

1) De doodstraf.

2) Gevangenisstraf.2)

3) Hechtenis.

4) Geldboete.

De betrekkelijke zwaarte dezer hoofdstraffen wordt door de volgorde, waarin art. 10 ze opsomt, bepaald. De bijkomende straffen zijn:

1) ontzetting van bepaalde rechten.

2) verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen.

3) openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

In vele gevallen zijn twee of meer hoofdstraffen alternatief op een strafbaar feit gesteld. De doodstraf of levenslange gevangenisstraf is steeds met tijdelijke gevangenisstraf gealterneerd.

i) Zie voor de redenen tot niet opneming dezer bijkomende straf Gesch; W. v. Str. blz. 54 e. v. Als hoofdstraf kent het Ned. Swb. ook „berisping Voorzoover ze slaat op personen boven achttien jaren, is die straf een vrucht van de grondwetsherziening van 1917; deze straf kan krachtens art. 71 der toenmaals gewijzigde kieswet den kiezer worden opgelegd, die weigert te voldoen aan den stemplicht.

*) Noch in het Nederlandsche, noch in ons strafwetboek is tuchthuisstraf als een zwaardere vorm van gevangenisstraf opgenomen. De m het afgeschafte wetboek voorkomende hoofdstraffen: lijfstraffen, deportatie en verbanning zijn mede uit het strafstelsel verdwenen. Verbanning kwam m het oude -wetboek voor als straf tegen Europeanen, vide art. 5 sub 5. De lijfstraf is als mogelijk tuchtmiddel voor gevangenen in het „Gestichtenreglement" Stbl. 1917 No. 708 opgenomen. Volgens art. 69 al. 2 kan aan bij onherroepelijke uitspraak tot gevangenisstraf veroordeelde mannen in bepaalde gevangenissen n. 1. in die waar geen gelegenheid bestaat om de straf van eenzame opsluiting gepaard te doen gaan met zwaren arbeid, de straf van rottingslagen, het getal van twintig niet te boven gaande, worden opgelegd. In 1922 werd de rottingstraf in heel Ned.-Indië ruim 8000 keer toegepast, waarvan een aantal van ruim 5000 keeren voor rekening van de veroordeelden te Sawah-Loento. Deze straf vindt echter ernstige tegenkanting -en het laat zich aanzien, dat ze spoedig uit ons recht zal verdwijnen.

Sluiten