Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

213

den mensch het hoogste goed, dat hij hezit, te ontnemen; ze achten het recht op het leven onschendbaar en ontzeggen met het oog op het feit, dat niemand Weet wat hiernamaals gebeurt, den Staat het recht daarover te beschikken. Anderen, b.v. de Calvinisten, zijn voor de doodstraf, daarbij een beroep doende op de Bijbelsche uitspraak: „wie des menschen bloed vergiet, diens bloed zal door den mensch vergoten worden." Gen. Hoofdst. IX vers 6.

Ongetwjjfel echter heeft de Staat het recht om onder zijn straffen ook de doodstraf op te nemen, doch die maatregel is alleen gerechtvaardigd bij volstrekte noodzakelijkheid. „De Staat heeft al die rechten zonder Welke hij1 zijne plichten — en daaronder behoort in de eerste plaats de handhaving der rechtsorde — niet vervullen kan."1) Staat het dus vast, dat de andere strafmiddelen, waarover de Staat beschikt, niet toereikend zijn tot behoorlijke verdediging der openbare rechtsorde, dan is de toepassing van het uiterste middel ook gerechtvaardigd. Intusschen moet die straf, daar waar ze zonder schade voor de gemeenschap uit het strafstelsel gemist kan worden, om haar groote nadeelen geen oogenblik langer daarin behouden blijven. Want inderdaad zijn aan de doodstraf ernstige bezwaren verbonden. In de eerste plaats staat de bijzondere afschrikwekkende werking der doodstrafbedreiging, waardoor ze zich van de andere straffen zou onderscheiden, volstrekt niet vast, terwijl ook de psychische werking, die van haar toepassing uitgaat, onzeker is; ruime toepassing van het gratierecht Werkt belemmerend op de preventieve werking der doodstraf; dan verzet zich de gedachte aan de mogelijkheid eener rechterlijke dwaling tegen de toepassing eener straf, die geen ruimte voor herstel openlaat, een bezwaar, dat vooral zijn bijzondere beteekenis heeft in een land als Ned.-Indië met het oog op de bekende onbetrouwbaarheid en omkoopbaarheid veler Inlandsche getuigen en het ontbreken in de strafrechtspleging juist waar het ernstige delicten betreft van een rechtsmiddel van

i) Woorden gesproken door den ex-Minister Modderman, den grooten voorstander van de afschaffing der doodstraf, bij de behandeling van, het Ned. W. v. Str. in de Tweede Kamer.

Sluiten