Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

220

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

vingen reeds bestond.x) De bedoeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling is een overgang te vormen tusschen de onvrijheid in de gevangenis en de volkomen vrijheid in de maatschappij. De hoop op een vervroegd ontslag uit de gevangenis kan voor den gestrafte een weldadigen prikkel vormen voor een goed gedrag en ijverigen arbeid. De gevangene wordt, als hij een bepaald gedeelte van zijn straf heeft ondergaan, bij goed gedrag in vrijheid gesteld, maar dit geschiedt onder de voorwaarde, dat hij zich gedraagt overeenkomstig de hem opgelegde voorschriften gedurende den tijd, dien zijn straf eigenlijk nog had moeten duren. Is dat het geval dan Wordt aan het einde van den straftijd de straf als geheel ondergaan aangemerkt; in het tegenovergesteld geval, dus bij onbevredigende resultaten, wordt de invrijheidstelling herroepen en moet de veroordeelde den tijd, die op het oogenblik der invrijheidstelling nog had moeten verloopen, in de gevangenis ondergaan.

Daar men in Nederland de ervaring had opgedaan, dat niet in het minst door de lange termijnen (de gestrafte moest drie vierden en tenminste drie jaren van zijn straf hebben ondergaan) de instelling der voorwaardelijke, invrijheidstelling niet aan de gestelde verwachtingen beantwoordde, werden bij de wet v. 12 Juni 1915 Ned. Stbl. 247 de oorspronkehjke artt, 15—17 van het strafwetboek door andere vervangen. Ook ten onzent is men op het voetspoor van den Nederlandschen wetgever tot verruiming der desbetreffende bepalingen overgegaan.

De voorwaardelijke invrijheidstelling is thans aldus geregeld (zie de artt. 15, 15a en 15b zooals vastgesteld bij Stbl. 1926 No. 251):

de gestrafte moet tenminste negen maanden en tenminste

x) Deze instelling dient niet verward te worden met de voorwaardelijke veroordeeling, of juister „voorwaardelijke schorsing der tenuitvoerlegging"; hierbij wordt den dader, indien hjj schuldig wordt bevonden, de gewone straf opgelegd; de straf wordt echter niet ten uitvoer gelegd, dit geschiedt eerst, indien de veroordeelde zich binnen een zekeren termijn weer aan overtreding der strafwet schuldig maakt, in welk geval bij de nieuwe ook de oude straf gevoegd wordt. Wanneer de veroordeelde zich echter gedurende een zeker aantal jaren goed gedraagt, vervalt de hem opgelegde straf.

Sluiten