Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

233

2) Verder moet de rechter rekening houden met het bedrag der opgelegde boete: voor een opgelegde boete van een halven gulden of minder mag één dag subsidiaire hechtenis worden opgelegd, voor een hoogere boete niet meer dan één dag voor eiken hatven gulden of gedeelte daarvan.

Vóór de^ wetswijziging, naar voorbeeld van de Ned. wet tot stand gekomen bij Stbl. 1926 No. 251, behelste art. 30 een eenigszins ingewikkeld stelsel voor de bepaling der subsidiaire hechtenis: de rechter was n.1. bovendien nog gebonden aan een derde grens: het aantal dagen subsidiaire straf mocht niet meer bedragen dan het maximum der bedreigde geldboete vijftallen guldens bevatte. Deze bepaling nu heeft men laten vervallen; men wilde den rechter meer vrijheid laten. De bestaande regeling, speciaal de laatstbedoelde bepaling, dwong den rechter soms de vrijheidstraf zóó laag te stellen, dat de veroordeelde er een belangrijk geldelijk voordeel in zag de subsidiaire hechtenis te ondergaan in plaats van de boete te betalen.

De boete behoeft niet juist betaald te worden door den veroordeelde zelf; betaling door een derde ten behoeve van den veroordeelde is ook toegelaten.1)

De veroordeelde kan zich aanstonds aanmelden tot het ondergaan van de vervangende hechtenis zonder af te wachtten het verstrijken van den hem voor de betaling toegestanen termijn. Hij is ook bevoegd de boete bij gedeelten te voldoen, dit zoowel vóór de uitvoering der vervangende hechtenis, als nadat de uitvoering daarvan heeft plaats gevonden, terwijl die gedeeltelijke betaling hem van een evenredig gedeelte der vervangende hechtenis bevrijdt. De mogelijkheid van betaling der boete in termijnen ook vóór de uitvoering der subsidiaire hechtenis heeft men opgenomen om betaling der geldboeten zooveel mogelijk te bevorderen.

§ 42a. Voorwaardelijke veroordeeling A. NAAM EN GESCHIEDENIS Bij de Wet van 1915 Ned. Stbl. 247 werd in Nederland de voorwaardelijke veroordeeling ingevoerd: de rechter kreeg ~~ï) Aldus Arrn. H. R. v. 5 Maart 1906 en 21 Jan. 1907 W. 8343 en 8492.

Sluiten