Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

bij rechterlijke uitspraak later anders mocht worden gelast op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een bij het bevel te bepalen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende dien proeftijd een bijzondere voorwaarde, welke bij het bevel mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd. De uitspraak bevat de redengevende feiten of omstandigheden, waarop ze steunt.

De algemeene voorwaarde, welke in alle gevallen geldt, is, dat de veroordeelde gedurende den hem gestelden proeftijd (deze is bij de misdrijven en de bij art. 14b omschreven overtredingen ten hoogste drie jaren, bij de overige overtredingen ten hoogste twee jaren) niet op nieuw een strafbaarJejt zal begaan.

Daarnaast kan de rechter als bijzondere voorwaarde stellen, dat de veroordeelde de door het strafbare feit veroorzaakte schade geheel of gedeeltelijk, binnen een bij het hevel te stellen termijn, korter dan de proeftijd, zal vergoeden (art. 14c). Dit kan hij doen in alle gevallen van voorwaardelijke veroordeeling, behalve wanneer hij tot geldboete veroordeelt. De schade moet bepaald door het delict zijn veroorzaakt en mag: niet het gevolg zijn van feiten, waarvoor niet veroordeeld wordt. De opgelegde vergoeding mag ook niet de gerechtskosten betreffen. Tevergeefs werd er in den Volksraad op aangedrongen, dat de rechter zooveel mogelijk tevens de hoegrootheid der geleden schade bij het strafvonnis zou vaststellen. Dit is tenslotte een civielrechtelijke kwestie, die niet de strafrechter maar de burgerlijke rechter heeft te beslissen.

De hierbedoelde bijzondere voorwaarde is de meest geschikte en rechtstreeksche wijze om den delinquent den omvang en de gevolgen van zijn handeling te doen gevoelen.

Andere dan de zoo even besproken ^zonder e voorwaarden kan de rechter alleen opleggen in geval van veroordeeling hetzij tot gevangenisstraf van langer dan drie maanden, hetzij tot hechtenis, uitgesproken ter zake van een der in de artt. 492, 504, 505, 506 en 536 omschreven overtredingen. Deze overtredingen zijn daarom genoemd, omdat die wijzen op eigenschappen bij den veroordeelde, welke vaak het verleenen van steun J noodzakelijk maken. Het Ned. strafwetboek spreekt van gevangenisstraf langer dan twee maanden. In Indië heeft de wetgever

Sluiten