Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

a) goederen, die door middel van m i s d r ij f zijn verkregen, corpora delicti,1) en b) die waarmee het misdrijf is gepleegd, instrumenta delicti.2)

Onder de sub a) bedoelde voorwerpen vallen bijv. vervaardigde valsche munt, bij omkooping verkregen geld. Van de hier bedoelde goederen is verbeurdverklaring altijd mogelijk, wanneer het voorwerp door misdrijf is verkregen; is het daarentegen verkregen door overtreding dan alleen in de bij wettelijk voorschrift bepaalde gevallen.

Van de sub b) bedoelde voorwerpen is verbeurdverklaring slechts mogelijk bij opzettelijk gepleegde misdrijven; bij niet-opzettelijk gepleegde misdrijven en bij overtredingen is er een bijzonder wettelijk voorschrift noodig.

Art. 39 al. 3 staat verbeurdverklaring ook toe, indien de schuldige ter beschikking van de Regeering wordt gesteld; men was echter genoodzaakt, als gevolg van de niet-opneming van het bijzondere strafstelsel voor jeugdige misdadigers, deze restrictie daarbij op te nemen, dat verbeurdverklaring alleen mogelijk is van goederen, welke reeds in beslag genomen zijn.

Art. 40 bepaalt het volgende: „Bij bezit, in- of vervoer van goederen in strijd met de bepalingen betreffende 's lands middelen en pachten, met die ter regeling van het toezicht op de scheepvaart in bepaalde gedeelten van Ned.-Indie en met die tot verbod van in-, uit- en doorvoer van goederen, door een persoon beneden den leeftijd van zestien jaren, kan de rechter, ook indien de schuldige zonder toepassing van eenige straf aan zijn ouders, zijn voogd of zijn verzorger wordt teruggegeven, de verbeurdverklaring van de aangehaalde goederen uitspreken."

*) Bij Arrest H. R. 6 Jan. 1919 W. 10384 werd beslist, dat onder de hier bedoelde categorie van goederen niet vallen voorwerpen, die juist omdat ze door misdrijf verkregen zijn, vatbaar zijn om volgens art. 219 Sv. (onze artt 170 Sv. en 316 I. R.) op last van den rechter te worden teruggegeven aan den persoon aan wien ze wederrechtelijk zijn onttrokken.

*) In onze wet komt nog buiten het algemeen artikel 39 om een bijzondere verbeurdverklaring voor n. I. die van voorwerpen bestemd tot het plegen van misdrijven, zoo bijv. bij de artt. 250, 261 en 275 W. v. Str. Hier is de verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen den rechter gebiedend voorgeschreven, terwijl er voor de mogelijkheid der verbeurdverklaring ook niet gevorderd wordt, dat de goederen den schuldige toebehooren.

Art. 7 Swb. (oud) kende de facultatieve vernietiging of onbruikbaarmaking van werktuigen of andere voorwerpen, vervaardigd, geschikt gemaakt of gediend hebbende tot het plegen van een misdrijf, welke, onverschillig aan wien deze voorwerpen toebehooren, zelfs bij vrijspraak, kon gelast worden. Dit voorschrift is blijkens de Inv. Ver. (artt. 13 m, 14 d en h en 15 d) in het I. R., Sv. en Landger. Regl. opgenomen.

Sluiten