Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

255

wijze, zoodat bij de regeling der herhaling in ons wetboek nog een onderscheid kan gemaakt worden tusschen algemeene en bijzondere recidive.

B. ALGEMEENE RECIDIVE

Deze bestaat dan Wanneer is gepleegd hetzelfde feit of een feit behoorende tot een groep van door de wet met het eerste als gelijksoortig beschouwde feiten.

De alg. recidive kent onze wet slechts bij misdrijven; ze is dan ook behandeld niet in het Eerste Boek, maar in den laatsten, 31sten, Titel van het Tweede Boek (artt. 486-489). In deze voorschriften heeft de wetgever drie groepen van misdrijven opgenomen en bepaald, dat strafverzwaring — verhooging van de straf tot een derde boven het maximum — zal kunnen intreden, indien dezelfde persoon, na veroordeeld te zijn wegens een tot die groepen behoorend misdrijf, zich opnieuw schuldig maakt aan een misdrijf, tot diezelfde groep behoorend.

De eerste groep, art. 486, noemt een reeks bedrieger|ijen en vermogensmisdrijven. De tweede, art. 487, een reeks geweldenarijen en de derde, art. 488, een reeks beleedigingsmisdrijven (waaronder de artt. 483 en 484).

Met een vroegere veroordeeling ter zake der in de artt. 486 en 487 genoemde delicten wordt in die artt. gelijkgesteld een veroordeeling krachtens de militaire wetten en wel in art. 486 wegens diefstal, verduistering of bedrog en in art. 487 wegens gewelddadig verzet tegen of mishandeling van meerderen in rang of schildwachten of van geweldenarijen tegen personen.

Voor toepassing van de alg. recidive is vereischt:

I een voorafgaande onherroepelijke veroordeeling. Niet noodig is, gelijk reeds werd opgemerkt, dat de straf reeds ondergaan zij.

II dat wegens het vroeger gepleegde feit gevangenisstraf was opgelegd. Zie echter hieronder blz. 257n.

III noodig is, dat tijdens het plegen van het nieuwe feit nog geen vijf jaren zijn verloopen, sedert de schuldige de gevangenisstraf geheel of ten deele had ondergaan of sedert

Sluiten