Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

272

RECHT TOT STRAFVORDERING

schen door de rechtspraak tot ontslag van rechtsvervolging werd uitgebreid.x)

A. DE KRACHT VAN HET NED.-INDISCH EN NED. GEWIJSDE2)

De kracht van het hierbedoelde rechterlijk gewijsde is deze, dat in zoo'n geval tegen denzelfden persoon niet nogmaals wegens hetzelfde materieele feit een vervolging kan worden ingesteld, onverschillig of de over dat feit den eersten keer gegeven beslissing een vrijspraak, een ontslag van rechtsvervolging of een veroordeeling mocht zijn geweest. Dit beginsel vindt zijn uitdrukking in den Latijnschen regel: „ne bis in idem," hetgeen beteekent „niet twee maal over hetzelfde feit."

In den aanhef van art. 76 wordt een voorbehoud gemaakt voor de herziening of revisie,3) een buitengewoon rechtsmiddel, hetgeen echter alleen in de Ned. strafrechtspleging bekend is en niet te verwarren is met de revisie in de Indische strafprocedure.

Een voorbeeld van toepassing van art. 76. Iemand wordt vervolgd wegens diefstal. De landraad spreekt den man vrij wegens gebrek aan bewijs. Na de uitspraak krijgt men echter overstelpend bewijs in handen (of wel de man bekent het strafbare feit). Nu zal hij wegens dienzelfden diefstal niet nog-

*) Dat degene, die wegens hetzelfde feit reeds bij rechterlijk gewijsde veroordeeld is, niet andermaal in rechten kan worden betrokken, oordeelde men blijkbaar zoo van zelfsprekend, dat een uitdrukkelijke bepaling in de wet onnoodig werd geacht.

2) Hieronder dienen we te begrijpen volgens art. 76 al. 1: een gewijsde afkomstig van den Ned.-Indischen rechter of van den rechter in Nederland of in de koloniën en bezittingen van Nederland buiten Ned.-Indië en tenslotte .een gewijsde, hetwelk afkomstig is van den inheemschen rechter in streken waar het recht van zelfbestuur aan de Inlandsche vorsten en volken is gelaten, zoomede waar de Inlandsche bevolking in het genot harer eigen rechtspleging is gelaten.

s) Feitelijk vormt revisie intusschen geen uitzondering op het beginsel „ne bis in idem", want bij dit rechtsmiddel wordt niet ten tweede male vervolgd, maar het schept de mogelijkheid om in bepaald omschreven gevallen i n een zaak, waarover bij gewijsde reeds is beslist, het onderzoek te heropenen, teneinde in het belang van den veroordeelde de gevolgen van een rechterlijke dwaling weg te nemen (Zie artt. 457 e. v. Ned. Sv.)

Sluiten