Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN STRAFVOLTREKKING

277

§ 51. Dood van den verdachte en den veroordeelde

A. DOOD VAN DEN VERDACHTE

't Recht van strafvervolging vervalt door den dood van den verdachte. *) Bij het ontwerpen van het Ned. W. v. Str. was. de aanvankelijke bedoeling de bestaande uitzondering op dit beginsel in belastingzaken te laten vervallen. Daartoe is het echter niet gekomen. Ook in het Ned.-Indische recht is deze uitzondering vpor het fiscale recht blijven bestaan. In art. 391 Sv. — en een gelijke bepaling treft men aan in de artt. 367 I. R. en 65 Landger. Regl. — vinden we bepaald, dat het voorschrift van art. 77 W. v. Str. uitzondering lijdt voorzooveel aangaat het verhaal van boete of van verbeurte van bepaalde voorwerpen op het stuk van 's lands middelen en pachten.

B. DOOD VAN DEN VEROORDEELDE

Krachtens art. 83 vervalt het recht tot het uitvoeren van de straf door den dood van den Veroordeelde, een beginsel van het moderne strafrecht; in het vroegere strafrecht vindt men nog wel voorbeelden van het voltrekken van straffen op lijken. Ook thans leVert ons strafrecht nog een uitzondering op evengenoemd beginsel op. In gevolge art. 399 Sv. (vergel. art. 368 I. R. en 66 Landger. Regl.) worden, indien de dader is overleden, nadat de veroordeeling in kracht van gewijsde is gegaan, alle boeten en verbeurdverklaringen, uit hoofde van welk misdrijf of van welke overtreding ze ook mogen zijn opgelegd, alsmede de kosten, op de erfgenamen of vertegenwoordigers van den overledene verhaald.

§ 52. Verjaring.

A. VERVAL VAN DE STRAFACTIE DOOR VERJARING

Het recht tot strafvordering kan te niet gaan door verjaring. Deze instelling is van oudsher bekend en in de meeste wet-

*■) 't Woord verdachte moet hier in ruimeren zin worden opgevat en daaronder moet dus worden verstaan iedere beklaagde, over wiens zaak nog niet in hoogste ressort, dus ook in cassatie, is beslist.

Sluiten