Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

282

RECHT TOT STRAFVORDERING

nader aangeduid, het is n.1. de in de vorige alinea bedoelde ambtenaar, het afdeeiingshoofd alzoo.

Het derde lid van art. 82 bepaalt, dat in de gevallen waarin de straf verhoogd wordt wegens herhaling, die verhooging ook van toepassing is, wanneer het recht tot strafvordering wegens de vroeger gepleegde overtreding volgens het eerste en tweede lid van art. 82 is vervallen.

Volgens de vierde alinea van dit artikel bestaat de bevoegdheid tot afdoening buiten proces niet voor een minderjarigen persoon, die vóór het begaan van het feit den leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

't Eigenlijke stelsel van transactie (schikking), dat in het vroegere recht veelvuldig voorkwam en tot misbruiken aanleiding gaf, is krachtens art. 3 al. 1 e Inv. Ver. vervallen. Slechts gehandhaafd is het in de algemeene verordeningen in zake 's lands middelen en pachten waarvan art. 4 Inv. Ver. de beginselen onaangetast liet.

In belastingverordeningen vinden we nu en dan transactie toegelaten doch alleen, wanneer is aan te nemen, dat bij den overtreder geen opzet tot ontduiking der belasting bestond. Vgl. bijv. art. 77 Oorlogswinst-bdasting Stbl. 1917 No. 592 j°. Stbl. 1919 No. 598. Zoo kan ook bij overtreding van de bepalingen betreffende de in- en uitvoerrechten door den dader met den Directeur van Financiën of een ambtenaar namens dezen aangaande de betaling der boete een transactie worden aangegaan, in geval het betreft overtredingen, die naar het oordeel dier autoriteiten niet met smokkelhandel in verband staan. Verg. Stbl. 1882 No. 249 art. 29.

De Directeur van Justitie bepleitte destijds in zijn advies aan de regeering invoering van het z. g. n. transactie-stelsel. Hij wilde de mogelijkheid geopend zien om het recht tot strafvervolging wegens lichte overtredingen ook bij betaling van een gedeelte der maximum-boete — vast te stellen door een daartoe aan te wijzen autoriteit — te doen vervallen. Hij kon zich daarbij op de St. Comm. Wb. v. Sv. beroepen en wees als een speciaal Indisch belang nog op het chronisch tekort aan rechterlijke ambtenaren en de bij transactie belangrijke vermindering van het aantal politioneele strafvervolgingen. Intusschen, de R. v. Indië en de Minister konden zich met des Directeurs voorstel niet vereenigen, omdat ze geen voldoende redenen aanwezig achtten om op het nieuwe Ned. wetboek van strafvordering vooruit te loopen.

Sluiten