Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

moest zuinig worden omgesprongen. Voor het huishoudelijk/bestuur, daaronder begrepen huur van het ger jentehuis, loon van den bode, bureaukosten, vuur, licht, huur van een kachel, enz., enz., enz., werd uitgegeven ƒ 540.98, de Secretaris, genoot een salaris van ƒ 200.—, de Schoolmeester van ƒ 150—, de Vroedvrouw van ƒ 60—, alles per jaar; de Veldwachter ontving ƒ 15.18 per maand; voor onderhoud van straten en wegen werd ƒ 135.— besteed en voor feesten was uitgetrokken ƒ 11.40, uitsluitend gebruikt voor zooveel borreltjes jenever of bitter, bij verschillende gelegenheden geschonken, o.a. bij het opvisschen van een lijk, wat in die dagen ook onder feestelijkheden scheen gerekend te worden.

Eenige nijverheid van beteekenis was er niet te vinden; de overgroote meerderheid der bevolking vond een karig en moeizaam bestaan in den arbeid op het veld, die hier nog op de primitiefste wijze werd uitgeoefend, al was reeds sedert eeuwen land- en tuinbouw het hoofdbedrijf van deze plaats.

Daarvan vinden we een bewijs in de: Enqueste ende informatie upt stuck van der reductie ende informatie van den schiltalen voortyds getaxeert ende gestelt geweest over de landen van Holland ende Vriesland gedaen in den jaere 1494, en in de lnformacie op den staet, faculteyt ende gelegentheid vande steden ende dorpen van Holland ende Vrieslant om daernae te regulieren de nieuwe schiltaele gedaen in den jaere MDXIV, waarin vermeld wordt dat de inwoners van Loosduinen „hen generen mit de plouch sayen ende coyen, spitten, delven ende lantneringe".

De nabijheid van 's-Gravenhage dat zich steeds ontwikkelde en, met den aangroei der bevolking, ook dagelijks grootere behoefte had aan groenten, de gemakkelijkheid om de stad te bereiken, de voordeelige afzet die men daar vond, deed de Loosduiners besluiten de geschiktheid van den grond zich ten nutte te maken en zich bijzonder toe te leggen op het kweeken van ruin- en landvruchten.

De schrijver van de Tegenwoordige staat der Vereenigde

Sluiten