Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

dommen, tot heil hunner zielen en die hunner ouders en bloedverwanten, een Klooster te bouwen voor Cistercienser nonnen. Met den bouw werd in 1224 begonnen en toen het Klooster zoo ver klaar was dat het kon worden bewoond, waarschijnlijk door Zusters uit het Klooster Oudwijk bij Utrecht, schonken Graaf en Gravin, met toestemming van Otto van Lippe, 34e bisschop van Utrecht, het bedehuis, den grond en alle bezittingen, tot onderhoud van Kapelaan en Kapel, aan het Convent, dat geplaatst werd onder de rechtsmacht van den abt van Echout in Brugge en tot visitator had de abt van Echteren bij IJsselstein.

Verschillende schrijvers spreken van de adellijke Abdij van Loosduinen. Zeer te onrechte echter. In geen enkel officieel stuk is daar iets van te vinden. Waarschijnlijk is het dat bij de oprichting zoo niet allen, dan toch de meerderheid der Zusters tot den adel behoorde. Dat er ook Zusters waren uit den middenstand bewijst de mededeeling in eene „wettelycke informatie" van 1563, waarover later meer, dat er waren behalve „de 15 geprofesside joncvrouwen noch achtien geprofesside susteren, ende vier ongecleede susteren".

Onder die joncvrouwen, de koorzusters, allen bij naam gekend, waren er die tot den adel behoorden; met de anderen, waarschijnlijk de werkzusters, was dit niet het geval; daarenboven waren er nog 6 jonge dochters, die meenden voor het kloosterleven roeping te hebben en wier neiging van jongs af werd ontwikkeld en aangemoedigd. Bleek het later, dat hare ware bestemming het kloosterleven niet was, dan konden ze vrij in de wereld terugkeeren, zooals het geval was geweest in 1380 met Catharine van Egmond Jansd, die, toen ze een besluit moest nemen over haar verdere levensloop, het Klooster verliet en in het huwelijk trad met Frans van Borselen.

Toen Wilbrandus, zoon van den Graaf van Oldenburg, in 1230 den bisschopelijken zetel van Utrecht had beklommen, riepen de nonnen zijne bescherming voor haar Klooster in en vroegen de gunst de Sacramenten van eigen

Sluiten