Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

mede ha te gaan in hoeverre de Zusters hare godsdienstige verplichtingen naleefden.

In eene zeer uitvoerige „wettelijke informatie" legden ze hunne bevindingen neer, die ons een blik gunt in de inrichting en het beheer van de Abdij. Daaruit bleek dat in 1561 „de incomen der Abdije consisteert 't principaelst in lantpachten ofte hugeren van landen in Haeg-ambacht, Monster-ambacht, Wateringe, ende eenige andere omliggende dorpen: uuytbrengende tsjaers omtrent twee duysent ponden van XL grooten 't stuk". Gerekend aan 3 £ Hollands per morgen, dan bezat de Abdij ruim 700 morgen, het weiland en 60 a 70 morgen die de Abdij beweidde en beteelde, om „daeroff melck, room, booter, caes ende oick eenighen terwe voor haer selfs te genyeten, en rogge voor de armen".

Volgens de Informacie van 1514 „bruycte het Klooster in Monster-ambacht 87, in Haag-ambacht 25 morgen". Uit de vermindering tot de helft is op te maken dat de boerderij niet veel opleverde. In de gunstigste jaren werd omtrent 500 pond ontvangen „van omtrent 30 koyen, scapen, verckenen ende pairden nair ordenant" en daar moest af het onderhoud van „acht bouwknechts en een bouwmeester".

De Abdij had daarenboven nog „van alrehande extraordinaris partyen", als „een vercopinge van hoenderen, calveren, ende andere beesten, hen overschietende omtrent 300 pont; in andere jaren was dit somtyt min, somtyts meer. T' gunt van den moutcosten cwam van den jongen kinderen en de jonge maechden, die dair gestelt werden ende hun cost om een gracelyck penningh cochten, bedroeg omtrent 100 ponden. En de lyfrenten op den Abdisse en joncvrouwen religieusen lyven, die hair ouders hair, ter religie commende, mede hebben gegeven waren uuytbrengde omtrent 430 gelycke ponden".

Bovendien hielden ze „noch een thiendeken aan hen, 't welck zy plegen te verhuuyren om veertick ofte vyftick gulden".

Sluiten