Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

„De gemeene Buuren van Eykenduinert en Loosduinen" verzochten toen aan de Staten om de vervallen Abdijkerk voor hunne godsdienstoefeningen te mogen gebruiken, wat bij Besluit van 7 Juni 1580 werd toegestaan. Maar het gebouw was totaal vervallen, „geheel openliggende" en niet te gebruiken. Begrijpelijk ontbraken aan de jonge gemeente de middelen tot herstel, daarom stonden de Staten meteen „de geheele er om heen liggende plaats van het Klooster, gelijk dezelve met muyren en gragten zijn afgedeelt en omgetrokken, groot omtrent acht morgen lands, geldende jaarlijks 11 a 12 guldens, om dit te laten gebruyken en d'inkomste van dien t' emploieren tot reparatie, timmeringe, exercitie en onderhout soo van de voorsz Kercke, als de woonplaats van den predikant, den tijd van 10 jaaren eerstkomende en daartoe nog verder te mogen doen gebruyken, verstrecken en emploieren de steen van de vervallen muyren, eensdeels streckende om de voorsz boomgaart en landen en voorts verkoopen eenige boomen daar in staende, die mede vergaen, om met de penningen daar afkomende, te besteden de timmerage en vervallen de eerste penningen van de selve besteeding".

Verder bepaalde het Besluit dat Eikenduinen met Loosduinen zou worden vereenigd „overmits de groote onkosten die tot Eykenduynen met kleine vrugten in het repareeren van de Kercke aldaer gedraegen souden moeten worden, en de bequaame geleegentheid van de plaatse en Kercke tot Loosduynen voorn., en dat den Predikant al daar over syn jaerlyks onderhoud als andere Predikanten ten platten Lande van weegen de Staaten by haare Ontfanger betaald sal worden".

Nu Eikenduinen en Loosduinen tot eene Kerkelijke gemeente waren vereenigd, had het kerkgebouw in eerstgenoemde plaats geene bestemming meer en stelden de gewezen Kerkmeesters en de ingezetenen van Eikenduinen pogingen in het werk om terug in het bezit der oude Kapel te worden gesteld. De Staten waren daar niet voor te vinden en besloten op 2 September 1580 dat de Kerk onnoodig

Sluiten