Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

Sedert dien veranderde de molen nog ettelijke malen van eigenaar en wel in 1818, 1823, 1841, 1846, 1854, 1863, 1912 en is sedert 1925 eigendom van 's-Gravenhage, waardoor hij voor afbraak is bewaard.

Met vereenigde krachten zijn de kerkelijke financiën later verbeterd en dat kunnen we daaruit opmaken dat in 1776, in de nabijheid der Kerk werd opgericht het Oude Mannen-, Vrouwen- en Kinderen Armhuis, dat in 1904 geheel werd herbouwd in oud-Hollandschen stijl, waar een 10-tal lidmaten hunne laatste levensjaren in rust doorbrengen. Een tweede bewijs van den gunstigen geldelijken toestand is, dat in 1791 het kerkgebouw van binnen en van buiten geheel werd hersteld.

In een verslag lezen we daaromtrent: „de Graven werden niets slegts geruimd, maar ingerigt als overwelfde grafkelders, — de bouwvallige achtergevel geheel vernieuwd — deze benevens de zuidmuur met sterke contraforten voorzien; — de gewone ingang verbeterd en verruimd; — een nieuw portie! en deuren bij het Doophek gemaakt; — een nutteloos glasraam toegemetseld, aan de andere zijde een geheel nieuw gemaakt, en een klein vergroot (terwijl alle de glasramen, voorheen in lood, nu in hout gezet zijn) — eindelijk een voegzame trap naar het Okzaal vervaardigd, en de zolder van de Kerk gekoepeld".

Ook het orgel in 1780, door S. Steengracht geschonken, werd met steun van verschillende zijden aanmerkelijk vergroot en de inwijding der gerestaureerde Kerk en orgel had op Dinsdag 19 November 1791 met groote plechtigheid plaats. Naar aanleiding van Psalm XCIII vs. 5b hield Ds. Jan van Eyk eene feestpredicatie in tegenwoordigheid van den Stadhouder, Prins Willem V, ambachtsheer, de Gecommitteerde Raden, de Gerechte van Monster en vele aanzienlijken. Ook de schutterij der gemeente was voor die gelegenheid onder de wapens geroepen en had zich opgesteld ter weerszijden van den ingang der Kerk. Bij het binnentreden der hooge gasten werden zij begroet met het Wilhelmus, uitgevoerd door het orgel met pauken en trom-

Sluiten