Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

petrcgister, een Koor van Haagsche zangers en zangeressen en een orchest bestaande uit violen, waldhoorns, ciarinetten, alten, contra-bas, bazuin en kleine bas.

In 1903 werd de Kerk nogmaals verbeterd en vergroot, zoodat de mans bestaande bezwaarlijk kan worden gehouden voor de oorspronkelijke der abdij.

Vroeger hingen in de Kerk de geschilderde wapenborden van dén Prins van Oranje, van Polanen en van tafvan anderen, die aan de gemeente van hunne belangstelling hadden doen blijken. De vraag mag zeker wel worden gesteld: Waar zijn die borden gebleven?

jaren lang heerschte er rust en eensgezindheid in de gemeente die in ledental sterk vooruitging en ook onder alle andere oprichten steeds in bloei toenam.

Bij het optreden der doleantie in 1886 te Amsterdam werd de eensgezindheid verstoord. De nieuwe beweging vond bier dadelijk groote sympathie bij verschillende personen en slechts enkele maanden later, in het begin van 1887, vergaderden, in eene mandenmakerswerkplaats aan den' Haagweg, een honderdtal personen die de nieuwe godsdienstige richting waren toegedaan, om te luisteren naar het woord van bekwame voorgangers. Later werd vergaderd in de kom der Gemeente, in de Willem III straat en toen het bewijs was geleverd, dat men rekenen kon op een behoorlijk aantal overtuigde volgelingen, werd besloten zich met een verzoekschrift te wenden tot den Kerkeraad van de Ned. Herv. Kerk, om terug te keeren tot de Dordtsche Kerkorde en de 3 Formulieren vatt Eenigheid te handhaven. Dit verzoek werd afgewezen, waarop het besluit viel eene zelfstandige gemeente te stichten. Een Kerkeraad werd gekozen die dadelijk de noodige pogingen in het werk stelde om te komen tot de oprichting van een eigen Kerkgebouw en zooveel steun en medewerking vond, dat reeds in November 1887 het eenvoudige gebouw in de Emmastraat kon worden in gebruik genomen. De Kerk heette toen de Ned. Ger. Kerk (doleerende), maar sedert in 1892 de vereeniging van de Ned. Ger. Kerk en

Sluiten