Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61

der Hollandsche Zending, zich als een warm voorstander van de door den H. Stoel veroordeelde leer deed kennen, hier eenige aanhangers vond, waardoor heel wat beroering en oneenigheid tusschen de Katholieke geestelijken ontstond.

Op de Kruisen geplaatst op de graven van Snijders, van Winden en Block op het oude kerkhof te Eikenduinen, vindt men vermeld: „pastoor der oud-Katholieke gemeente te Eikenduinen", wat voor de twee eerstgenoemden volstrekt niet gebleken is waar te zijn en hunne namen komen dan ook niet voor op de lijst van refractairen of wederspannigen, met zooveel zorg door de Hooge Geestelijkheid opgemaakt

Men vergete niet dat deze Kruisen door de zorgen der oud-Katholieken zijn geplaatst.

Ook dit is van belang; onder Snijders en van Winden was de gemeente bloeiend, wat blijkt uit het aantal huwelijken dat gesloten en kinderen die gedoopt werden. Onder Block nam dit aantal af, omdat hij door het overgroote deel zijner parochianen niet werd gevolgd; men toonde dit door uit de Kerk weg te blijven en voortaan te gaan naar de z.g. Koninklijke Spaansche Kapel in het Westeinde, de tegenwoordige H. Theresiakerk. Allerlei onaangenaamheden werden Block aangedaan, zoodat bij schrijven van 23 Juni 1717 bij de Staten van Holland werd geklaagd: „dat de Apostolische Vicaris van Bijlevelt groote ongelegenheden aandoet aan de Priesters, die nabuurig aan den Haag zijn ende de Plakkaaten van de Ed. Gr. Moog. gehoorzamen, als Joannes Block, Gouwenaar, Priester tot Eycken-duinen, door zijn volk tot zijne Kerk te lokken, en zijne Capellaenen, om de zieken de Sacramenten te bedienen, derwaarts te laten gaan".

Dit schrijven verbeterde den toestand niet, integendeel, zoodat Joannes Block waarschijnlijk wanhoopte een gunstiger resultaat te bereiken en den strijd opgaf, want in 1719 was de plaats vacant, wat daarna herhaaldelijk gebeurde, soms wel, zooals van 1754 tot 1775, gedurende

Sluiten