Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

trachten de vernietiging der stad te voorkomen.

Het aanbod werd aanvaard en op het slot Werve, onder Rijswijk, kwamen de afgevaardigden van den Haag en die van de Hoeksche Krijgsoversten bijeen. Na eenige beraadslaging werd op 7 Maart 1489 een verdrag gesloten tot afkoop der brandschatting van den Haag en Haag-Ambacht, waarbij o.m. werd bepaald dat dadelijk 200 Rijnlandsche guldens zouden worden betaald en de le van elke maand een gelijk bedrag „zoo lang als 't heer Frans van Brederode Stadvoogd van Rotterdam zal goedvinden. Dog indien hy door een belegering of overgaaf van die Stad of andere ongelegentheden uit het Land kwam te vertrekken, als dan zullen deze lasten ophouden, en dit verdrag van dien tyd af van onwaarde zyn".

„Alles tot behoud en bewaaring van hunne huizen en goederen in den Haage en Haag-ambagt gelegen, en om dezelve van verdere schade te behoeden". En indien iemand van het Rotterdamsche krijgsvolk, ruiters of voetknechten, deze bepaling overtreden „dien zullen aangeklaagd zynde, als kwaaddoeners gestraft worden, naar eis van zaken".

Deze overeenkomst zou van korten duur zijn; de gelukkige oorlogskans keerde de Hoekschen spoedig den rug. Krachtig gesteund door Maximiliaan van Oostenrijk en het grootste gedeelte der bevolking van Holland, die de Hoekschen slecht gezind was, gelukten de Kabeljauwschen erin al de veroveringen der Hoekschen, de eene na de andere, ongedaan te maken. Dezen verzamelden hunne uiterste krachten in den zeeslag bij Brouwershaven, maar te vergeefs. Jonker Frans van Brederode viel, zwaar gewond, in de handen zijner vijanden, en overleed 10 Augustus 1490.

Weinige jaren later brak de Hervorming uit, waarover we, voor wat Eikenduinen en Loosduinen betreft, in vorige hoofdstukken al de bijzonderheden hebben medegedeeld die we daaromtrent konden vinden,

Hierop volgden jaren van rust tot de staatkundige twisten, die aan het einde der XYIIIe eeuw Nederland beroer-

Sluiten