Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

Langzame vooruitgang. — Oprichting Groentenveüing. — Tijdperk van welvaart en bloei. — Samensmelting met 's-Gravenhage.

Ten volle onderschrijven we het, dat in elke gemeente waar de tuinbouw eene overheerschende plaats inneemt in het economische leven, hij het begin en het einde vormt van het stoffelijk bestaan der geheele burgerij. De arbeider, de kleine nijverheidsbedrijven, de winkeliers en de andere zakenmenschen steunen op den tuinbouw, als op de kurk, die alles boven water houdt.

Bloeit de tuinbouw, gaat het den tuinder goed, dan doortrekt beweging en fleur heel het leven der burgerij. In het tegenovergestelde geval, gevoelen alle samenstellende elementen van de burgerij den druk, welke tot een ernstige toestand van achteruitgang zou voeren indien een reeks minder gunstige jaren elkander opvolgden.

In één woord, de tuinbouw vormt de welvaartsbron eener gemeente en vult ook de kas van de burgerlijke gemeenschap. En nu hebben we in Hoofdstuk I er reeds op gewezen dat de tuinbouw, ofschoon sedert eeuwen uitgeoefend, bij de oprichting der zelfstandige gemeente nog op zeer laag peil stond en met noesten arbeid slechts een karig stukje brood verzekerde.

Nog lange jaren bleef dien toestand voortbestaan, merkbaar aan de weinige verandering die de gemeente uiterlijk onderging en het landelijk karakter volledig behield.

Eerst rond de jaren 1870 kwam er verandering. Engeland had behoefte aan vroege aardappelen en betaalde daarvoor zulke buitengewone prijzen, dat de tuinders zich bijna uitsluitend op de aardappelenteelt toelegden, waardoor tevens

Sluiten