Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

de andere groenten schaarsch en duur werden. Dat was, wat men nu nog noemt „de gouden tijd", het begin der welvaart, de opbloei der gemeente. Niet alleen de tuinders, ook de burgerij verdiende veel geld, dat besteed werd tot uitbreiding van zaken. Ook de Gemeentekas werd ruimer voorzien, zoodat verschillende verbeteringen konden worden ingevoerd, nuttige werken tot stand gebracht.

Niet onafgebroken zou de rijke bron van inkomsten blijven vloeien. Men was nu echter gewoon geworden aan meer welvaart en het zou zwaar vallen daar weer afstand van te doen.

Enkele vooruitstrevende warmoeziers zochten nieuwe banen en stelden zich op de hoogte van de teelt van groene komkommers, waarvoor in Engeland veel vraag was. Dit was den aanvang van de cultuur onder glas, die schitterende resultaten gaf, zoodat er meer geteeld werd dan de Haagsche markt kon gebruiken.

Nu wreekte zich het verzuim, het gevolg van minder gunstige omstandigheden, zooals we vroeger reeds zegden, aan de geestelijke ontwikkeling van het opkomende geslacht, niet de vereischte zorg te hebben geschonken. De Loosduiners hadden zich uitstekende vakmannen getoond, die de producten niet alleen wisten te veredelen, maar ook de opbrengst er van te verdubbelen. Óp de hoogte van den handel bleken ze niet te zijn; onbekend met de afvoerkanalen voor de spoedig aan bederf onderheven voortbrengselen, moesten ze hunnen toevlucht nemen tot tusschenpersonen, die met de grootste winst gingen strijken. Dit kon niet blijven; verandering van den toestand was dringend noodzakelijk.

Eenige warmoeziers, wier namen dankbaar in de herinnering moeten voortleven, omdat ze de werkelijke grondleggers zijn van den grooten bloei en welvaart van Loosduinen, R. H. Duyvesteyn, L. P. Duyvesteyn, R. Kortekaas, G. J. van Marrewijk, R. van Spronsen flntz., Henri van Spronsen Cz., G. J. Vletter Wz., zochten in het buitenland afzet voor hunne producten ent toen ze die gevonden

Sluiten