Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

ste, dat de Raad van Loosduinen als zoodanig bijeen is, uiting geeft aan de gevoelens, die hem bezielen en een terugblik slaat op wat Loosduinen in de XXe eeuw was en deed.

Daarbij zij bovenal en in de eerste plaats dank gebracht aan God Almachtig, die Uwen Raad en ons allen verwaardigde om instrument in Zijne hand te zijn om op deze zondige aarde nog iets in het belang der menschelijke samenleving tot stand te brengen.

Ik zal mij beperken tot de hoofdpunten, welke mij dezer dagen invielen, zoodat wat ik ga zeggen, in geenen deele te beschouwen is als eene kroniek of als een photografisch weergeven

Te onderscheiden is tusschen wat de Gemeente als zoodanig deed en wat in de Gemeente al of niet met hare medewerking tot stand kwam. En dan treft het ons, dat de eerste categorie om zoo te zeggen in het niet zinkt bij de tweede. M.a.w. wat particulieren doen en deden overtreft het door de Gemeente zelf verrichte. De taak der Gemeente was in vele gevallen indirect steunende, vaak enkel toeziende. Dit laatste geldt met name wat men hier nog steeds pleegt te noemen het hoofdbedrijf, dat der tuinderij. Zie eens naar de vele kassen, die werden gesticht, zie naar de organisaties, welke tot stand kwamen, de grootsche veilingen, die van 1905 en de nog veel grootschere van 1920. Zij ontstonden en bestaan enkel door het particulier initiatief, Bij de laatste veiling is de gemeente enkel opgetreden als eigenares van een stuk grond, dat zij verkocht. Bij de eerste is zij enkele keeren met verordeningen te hulp gekomen: eens om onwillige schippers tot rede te brengen, een ander maal, — het was in 1907, — om het rustige veilen mogelijk te maken, wat noodig was om den misthoorn tot zwijgen te brengen. Ook de Politie had geregeld bij de veilingen eene, zij het niet zware, taak-te vervullen.

Maar wat was, wat de Gemeente deed in vergelijking met het door particulieren verriphte? Slechts luttel. Het is juist de trots, de glorie van land- en tuinbouw, dat zij zich-

Sluiten