Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

zelf weten te redden, niet steun van de Overheid willen.

Ook op ander gebied zien wij velerlei tot stand komen, zonder dat de Gemeente noemenswaard medehelpt, laat staan, ingrijpt Denk slechts aan de Westlandsche Stoomtramwegmaatschappij, welke in 1902 hare lijn binnen de gemeente geheel omlegde, nieuwe emplacementen met station en administratiegebouw in het leven riep, Uwe straten van hare rails bevrijdde, zonder dat de Gemeente ook maar iets behoefde bij te dragen. Ja, vooral in dit opzicht is de Gemeente bijzonder gelukkig. Terwijl tal van verafgelegen gemeenten, denk maar aan Schipluiden, een schadepost opleveren voor de Stoomtramwegmaatschappij, maakt Loosduinen door het intensieve vervoer harer ingezetenen de kosten, vooral van het baanvak naar 's-Gravenhage, dubbel en dwars goed.

Toch heeft de gemeente aan de Tramwegmaatschappij gewichtige diensten kunnen bewijzen en wel door haar, later nog te vermelden, electrisch bedrijf.

Ik zou zoo kunnen voortgaan en U wijzen op tal van instellingen van particulieren, waarvoor de Gemeente bitter weinig heeft kunnen en behoeven te doen. Denkt maar aan het gesticht Bloemendaal, aan Oud-Rosenburg, deze in droeve nooden voorziende instellingen, waarvan de verpleegde bevolking zich gaandeweg uitbreidde, immers van 700 in 1905 op 1170 thans, alzoo gewoonlijk 7„ der bevolking uitmakende! Wat heeft de Gemeente voor die grootsche instellingen kunnen doen? Enkel den nieuwbouw goedkeuren, enkel (en dit nog maar pas!) stroom leveren, ja zelfs geen water kunnen verstrekken, daar men zelf hierin veelal voorzag.

Ik zie nog andere nuttige instellingen, de Rubberfabriek, die zich gelukkig in bestaan van langeren duur mag verheugen dan de groentendrogerijen, die ééndagsvliegen, die bijna aan de heugenis ontvloden zijn. Ook voor bestaan en voortbestaan déérvan deed de Gemeente bitter weinig, maakte hoogstens alweer het stroombetrekken gemakkelijker.

Sluiten