Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HËT ALGEMEEN

7

Het ethisch zwaartepunt werd niet op zelfrespect, maar op zelfonderdrukking gelegd. De mensch werd van alle zijden neergedrukt; hij behoorde zichzelf niet toe, hij leefde in lijden.

De voorwaarde voor al zijn werken was, dat hij een werktuig voor al zijn denken, dat hij een echo was. Dit leverde een zeer eigenaardig resultaat op; het bijna algeheele gebrek aan individualiteit had ten gevolge, dat de bijzondere kenmerken van de persoon geheel en al ontbraken.

Bij een gedicht, of schilderij wordt het karakter van den dichter of schilder ons in het geheel niet geopenbaard; overal treedt ons, zooals Brunetière het uitdrukt, „de geest der anonymiteit te gemoet," de eene roman lijkt als twee druppels water op den anderen roman^ het eene mysteriespel op het andere, de eene troubadour is het evenbeeld van den anderen troubadour, de eene Madonna, of Kruisiging is gelijk aan de andere.

Het genie van het individu was door traditie en conventie verdwenen. Hoewel er dus in de Middeleeuwen een groote geestelijke bedrijvigheid heerschte (immers het is onjuist te meenen, dat er in dit tijdperk een geheele stilstand op geestelijk gebied bestond), bracht een dergelijke bedrijvigheid weinig tot stand, wat blijvende waarde bezat.

De heerschende toestanden maakten vooruitgang bijna onmogelijk. Gedurende honderden jaren liep de mensch steeds voort, maar de tijd onderging geen verandering.

Carlyle beschrijft in een karakteristieke, levendige

Sluiten