Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN UITVINDINGEN

41

Wij willen thans echter onze aandacht aan de grootste uitvinding van dezen tijd, n.1. die der boekdruk* kunst, wijden 1).

Over het ontstaan van de boekdrukkunst, waaronder wij het drukken door losse lettertypen verstaan, heerscht een tegenstrijdigheid, die moeilijk te ontwarren is. Nederland eischt de eer van die uitvinding voor zich op in de persoon van Laurens Jansz Coster, uit Haarlem. Over hem zijn, evenals over Gutenberg, over wien wij zoo straks zullen spreken, weinig bijzonderheden bekend. Hij leefde van 1436—1483. Adrianus Junius verhaalt, in zijn geschiedwerk „Batavia," in 1588 te Leiden gedrukt, dat Coster op zekeren dag letters uit beukenschors sneed, en dat deze hem op de gedachte zouden gebracht hebben letters voor de boekdrukkunst te gebruiken.

Volgens anderen komt de eer in deze aan Johann Gutenberg, uit Mainz, toe. De eerste documenten met deze letters vervaardigd, zouden twee aflaatbrieven geweest zijn, die in den herfst van 1454 te Mainz gedrukt werden. Een van deze zou door Gutenberg, de andere door Johann Fust gedrukt zijn.

Op welk tijdstip de boekdrukkunst nu ook ontstaan is, het schijnt, dat deze zich vanuit Mainz naar andere centra begon te verspreiden en zij zulke snelle vorderingen maakte, dat er vóór het einde van die eeuw in Straatsburg 16 voorname meesterdrukkers

*) Men merke hierbij op, dat de werkelijke beteekenis van de drukpers op haar beurt afhing van een andere uitvinding uit ongeveer denzelfden tijd, n.1. die van het goedkoope papier. Dit samenvallen ia tijd is een van de merkwaardigste feiten in de geschiedenis.

Sluiten