Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER WETENSCHAP

55

delijk gekleed, norsch van humeur en het ergst van I alles, ongeletterd en aanmatigend. Men kon echter iets bij hem leeren, wat men nergens anders kon verkrijgen, en de voorkomende schrijver van de Decamerone maakte van deze gelegenheid een ruim gebruik. Boccaccio's kennis van het Grieksch was zeer oppervlakkig, I doch zelfs dit wilde nog veel zeggen in een tijd, waarI in, volgens Petrarca's bewering, er in geheel Italië op I zijn hoogst acht menschen waren, die met het I Grieksch goed op de hoogte waren. | In het bijzonder legde hij zich op de studie van I Homerus toe en vervaardigde, op aandringen van Leontius, een vertaling van de Ilias en de Odyssee. Deze I was echter zoo onvolmaakt, dat zelfs Petrarca haar I in den beginne met een gevoel van teleurstelling las j I deze vertaling opende echter de poorten van de Ho-' I merische wereld voor hem en volgens de overlevering 1 zou hij met de pen in de hand gestorven zijn, terwijl Ihij aanteekeningen op dit werk maakte. Waren dus de vorderingen van Boccaccio in dezen niet al te I groot, zijn beteekenis in de annalen der geleerden I is onbetwistbaar. Indien Petrarca de eerste der humaI nisten is geweest, moet men Boccaccio, zooals SyImonds het uitdrukt, den eersten Graecus der nieuwe wereld noemen. Zijn pogingen leidden echter niet tot onmiddellijke ■resultaten. De werkelijke opleving van het Grieksch ■begon eerst na zijn dood, tegen het einde der eeuw, ■ In 1391 trok een Griek van goede famili^ uit r»n. ■^ïtinopel, Manuel Chrysoloras genaamd, doorJElQrence. Hij was gezant van Keizer Palaeologus, die

Sluiten